De absurditeit van het pensioenstelsel

De absurditeit van het pensioenstelsel

Ik heb tot aan mijn pensioen bijna 25 jaar gewerkt voor Hoogovens/Corus, tegenwoordig Tata Steel. Ik hield me nooit zo met pensioenzaken bezig totdat ik gevraagd werd voorzitter te worden van de Vereniging Oud Hoogovens Medewerkers (VOHM). Toen bleek me dat er onder de leden van deze grote vereniging veel onvrede was over het achterblijven van de indexatie. Aanvankelijk dacht ik dat ik de teruglopende koopkracht wel zou kunnen uitleggen aan mijn oud-collega’s, maar dat bleek toch niet zo eenvoudig.

Indexeren van pensioenen betekent aanpassing van de uitkeringen aan de ontwikkeling van de consumentenprijzen en aanpassen van de opgebouwde aanspraken van de actieve deelnemers aan de ontwikkeling van de cao-lonen. Een pensioenfonds kan alleen maar indexeren als het voldoende geld in kas heeft. Er zijn drie redenen te bedenken waarom dat niet het geval zou zijn:

 

  • Het pensioenfonds heeft onvoldoende geld in kas omdat er minder rendement wordt gemaakt dan was verwacht;
  • Het pensioenfonds heeft onvoldoende geld in kas omdat er te weinig pensioenpremie wordt afgedragen;
  • Het pensioenfonds heeft onvoldoende geld in kas omdat door de sterke toename van de levensverwachting de verplichtingen in de toekomst veel hoger worden dan was gedacht;

Maar bij het pensioenfonds Hoogovens is geen sprake van onvoldoende geld in kas.

Ondanks de  dotcom-, de crediet- en de Eurocrisis behaalt de Stichting Hoogovens Pensioenfonds heel behoorlijke rendementen. Het moederbedrijf draagt een premie af die aanzienlijk uitgaat boven wat in Nederland gemiddeld wordt betaald: in de recente jaren 28% over de pensioengrondslag, ruim voldoende voor de toekomstige aanspraken. En de levensverwachting is weliswaar toegenomen, maar op langere termijn blijft de jaarlijkse aanpassing van de verplichtingen beperkt tot 0,5% en dat kan dus niet de verklaring zijn voor de moeilijkheden waar het pensioenfonds in verkeert.

Als je rekening houdt met het verwachte rendement waarmee de premie is berekend, met de ambitie om de inflatie te compenseren en met de toename van de levensverwachting moet structureel een rendement worden gemaakt van 5% om aan alle verplichtingen en ambities te voldoen. En dan zijn de kosten voor administratie en beheer van het pensioenfonds ook gedekt. De Stichting Hoogovens Pensioenfonds maakt sinds 1995 een gemiddeld jaarlijks rendement van 7,7%. Dat betekent dus dat ruim voldoende rendement wordt gemaakt om zowel de nominale (niet geïndexeerde) als de reële (wel aan de prijsontwikkeling aangepaste) uitkering te garanderen. Daarbij zijn alle andere factoren zoals de toename van de levensverwachting en de kosten van het beheer van het vermogen en de administratiekosten gedekt.

Let wel: dat jaarlijkse rendement van 7,7% wordt gemaakt in een periode met drie ernstige internationale financiële crises. En inderdaad zijn er jaren waarin weinig of geen rendement wordt gemaakt. Maar daar staan ook hele goede jaren tegenover met rendementen in de dubbele cijfers. Natuurlijk is het zo, dat rendementen uit het verleden geen garantie zijn voor de toekomst. Daarom wil ik de toestand van het pensioenfonds bekijken vanuit de toekomstige rendementen, die nodig zijn om aan de verplichtingen te voldoen.

In de berekeningen die pensioenfondsen in opdracht van De Nederlandsche Bank maken om hun financiële gezondheid te bepalen, speelt de rekenrente een allesoverheersende rol. Ik probeer in dit artikel een subjectieve benadering met een rekenrente te vermijden. Daarom kijken we naar de verplichtingen van het pensioenfonds op basis van de verwachte toekomstige kasstroom. Voor elk jaar in de komende 65 jaren is uit te rekenen hoeveel geld in de vorm van pensioen moet worden uitgekeerd. We kijken dan alleen naar de nominale verplichting, dat wil zeggen zonder aanpassing aan de inflatie. De laatste verplichtingen liggen in 2085, dan is de laatste rechthebbende, volgens de overlevingstabellen overleden. Deze benadering blijft een momentopname, want elk jaar komen er nieuwe verplichtingen bij. Maar in het geval van Hoogovens/Corus/Tata Steel zijn de nieuwe verplichtingen die erbij komen steeds lager dan de verplichtingen die komen te vervallen. Bovendien wordt voor die nieuwe aanspraken premie afgedragen.

In 2005 beschikte het pensioenfonds Hoogovens over een vermogen van € 5,3 miljard. De opgebouwde kasstroom van de nominale verplichtingen bedroeg € 11,5 miljard. In 2005 werd deze situatie, waarbij iets minder dan de helft van de verplichtingen voor de toekomst al in kas is, als zeer gezond beoordeeld. Het pensioenfonds en haar toezichthouder waren van mening dat ruim voldoende middelen voorhanden waren om in de toekomst een geïndexeerd pensioen te realiseren.

Vergeleken met 2005 is er in 2016 veel meer geld in kas. Voor toekomstige pensioenuitgaven beschikt het pensioenfonds over een vermogen van  € 8,2 miljard. Daarmee is het vermogen 54% hoger dan in 2005. De toekomstige cumulatieve verplichtingen zijn daarentegen gedaald met 15% tot € 9,8 miljard. Dat komt omdat het aantal mensen dat betrokken is bij het pensioenfonds van de Hoogovens met 23% is gedaald ten opzichte van 2005. Niet de helft, zoals in 2005, maar meer dan 80% van de verplichtingen voor de komende 65 jaren zijn in 2016 al in kas. Je zou zeggen dat het pensioenfonds van Hoogovens in 2016 uitermate gezond is en er heel wat beter voorstaat dan in 2005. Terwijl in 2005 de toestand al bevredigend was.

Het is eenvoudig in te zien waarom het vermogen zo sterk is gegroeid. Allereerst werd een rendement geboekt van 7,7% terwijl maar 5% per jaar nodig was om aan alle verplichtingen te voldoen. Maar er is niet aan alle verplichtingen voldaan. Er is een achterstand aan indexatie ontstaan van 14,7% voor deelnemers en 16,4% voor gepensioneerden en gewezen deelnemers. Samen met het overrendement is ruim 50% extra aan waarde gecreëerd in de periode tussen 2007 en 2019.

Maar nu blijkt er toch ineens een geweldig probleem te zijn! Op basis van de criteria die vastliggen in het nieuwe financiële toetsingskader verkeert het pensioenfonds van Hoogovens zelfs in een zodanig slechte situatie dat onder toezicht van De Nederlandscha Bank een herstelplan moest worden ingediend. Er mag al jaren niet worden geïndexeerd. Het pensioenfonds van Hoogovens heeft een aanzienlijk betere financiële positie in 2016 dan in 2005 en toch kon in 2005 fluitend worden geïndexeerd en staat in 2016 het fonds onder toezicht. Je gelooft het niet.

In het jaarverslag van 2016 geeft het pensioenfonds Hoogovens de volgende onthutsende analyse over haar financiële positie: “Gedurende de looptijd van de pensioenkasstromen dient een bedrag van € 1.655 miljoen aan beleggingsresultaten te worden gerealiseerd om de toegezegde nominale uitkeringen te kunnen betalen. Uitgedrukt in een beleggingsrendement moet er 0,94% per jaar worden verdiend (over een periode van 65 jaar RdB). Dit is aanzienlijk lager dan de verwachte rendementen waar het fonds van uitgaat bij de beleidsontwikkeling. Voor de komende 15 jaar bedraagt het verwacht rendement op basis van het strategisch beleggingsbeleid bijna 5% per jaar.”

Een rendement van 0,94% voor een nominale uitkering betekent een gewenst rendement van ongeveer 2,5% voor een geïndexeerd pensioen. Houden we daarnaast nog rekening met de toename van de levensverwachting en de kosten van het pensioenfonds dan is 3,5% rendement voor de komende 65 jaren voldoende om aan alle verplichtingen en ambities te voldoen. Bij het verwachte rendement van 5% wordt dus een extra rendement van 1,5% gerealiseerd, met een waarde van ruim meer dan € 2 miljard! En dan rekenen we ook nog niet met een meevallende ontwikkeling, waarbij het gemiddelde rendement van de afgelopen twintig jaren van 7,7% zou kunnen worden bereikt met een extra opbrengst over de komende 65 jaren van nog eens € 4 miljard.

Wat staat hier? Naar mijn mening moet uit het bovenstaande worden geconcludeerd dat de laatste hoogovenaar die na zijn pensionering komt te overlijden begraven kan worden in een gouden kist belegd met edelstenen voor rekening van het pensioenfonds. En dat bij zijn begrafenis het Concertgebouworkest kan worden gecontracteerd voor de muzikale omlijsting. En dat de laatste bestuurder van het pensioenfonds met zijn hele familie zich daarna op zijn privéeiland kan terugtrekken om te gaan leven van de overgebleven miljarden.

Is het stelsel onhoudbaar? Ja, want we sparen veel te veel voor onze oude dag. Want wat hierboven over het Hoogovens pensioenfonds werd gezegd geldt in het algemeen voor nagenoeg alle pensioenfondsen in Nederland. Vroeg of laat zullen onze kinderen en kleinkinderen daarvan profiteren. Door een veel te streng toezichtbeleid heeft de politiek het pensioenstelsel in moeilijkheden gebracht. De politiek moet dit probleem zelf oplossen. Door gewoon de dekkingsgraadberekening te baseren op dezelfde rente als bij de berekening van de premie wordt gebruikt. Dan kunnen de pensioenen omhoog en dat is goed voor de economie en de openbare financiën. En voor de gepensioneerden. En niet te vergeten ook voor de jongere deelnemers die hun op het middelloon gebaseerd pensioen door ontbrekende aanpassing aan de loonontwikkeling geleidelijk zien verdampen.

Rob de Brouwer

Juli 2017

 

Tags:
Geen reactie's

Geef een reactie