De Nederlandsche Bank als toezichthouder: een staat in de staat

De Nederlandsche Bank als toezichthouder: een staat in de staat

Historie

De Nederlandsche Bank (DNB) is van oudsher een eerbiedwaardig instituut. Opgericht door Koning Willem I in 1814 en sinds de Bankwet in 1948 belast met het wisselkoersbeleid en het rentebeleid. Met de Wet toezicht kredietwezen kreeg DNB bovendien de expliciete taak om toezicht uit te oefenen op banken in 1978 uitgebreid met bevoegdheden op het gebied van bedrijfseconomisch toezicht. Maar tot 2004 beperkte het toezicht zich tot banken.

In de Pensioen- en spaarfondsenwet van 1952 werd het toezicht op de pensioenfondsen gedelegeerd aan de Verzekeringskamer, die vanaf dat moment de Pensioen- en Verzekeringskamer ging heten. De Verzekeringskamer, die ook toezicht uitoefende op de verzekeringsmaatschappijen, was oorspronkelijk onderdeel van het Ministerie van Justitie maar werd overgeheveld naar het Ministerie van Financiën in 1987, zij het als zelfstandig lichaam. In 1992 werd de Kamer geprivatiseerd en omgevormd tot een zelfstandig bestuursorgaan met een stichtingsvorm. Op 30 oktober 2004 volgde de fusie met De Nederlandsche Bank (DNB). Sindsdien is het toezicht op verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen in handen van DNB.

De pensioen- en spaarfondsenwet werd in 2006 omgevormd naar de Pensioenwet (PW), die in werking trad in 2007. Nadat de PW in werking is getreden, aangevuld met het Besluit Financieel Toetsingskader, beschikt DNB als toezichthouder over een uitgebreid arsenaal aan middelen om het beleid van Pensioenfondsen en de uitvoering ervan naar zijn hand te zetten. Daarbij gaat zijn bevoegdheid over drie schijven: de kwaliteit van bestuurders, het vastgelegde beleid op het gebied van beleggingen en risicobeheersing en het toezicht op de solvabiliteit van pensioenfondsen.

De kwaliteit van bestuurders

Op het gebied van de kwaliteit van bestuurders vormt DNB feitelijk een toegangspoort tot het bestuur van pensioenfondsen. DNB-goedkeuring is vereist alvorens iemand mag worden benoemd in het bestuur van een pensioenfonds. De voorwaarden waarop DNB zijn besluitvorming baseert zijn niet alleen gerelateerd aan kennis. Ook de persoonlijkheid van de kandidaat-bestuurder moet aan strenge eisen op het gebied van evenwichtigheid, overwicht en zelfstandigheid voldoen. Hoe de beoordeling op deze gronden precies plaatsvindt onttrekt zich aan de openbare waarneming. Iemand kan de benodigde kennis hebben verworven door een voortreffelijke opleiding, maar kan toch worden afgewezen op grond van een onvoldoende vertrouwenwekkend persoonlijkheidsprofiel. Omdat veelal aan negatief beoordeelde personen gevraagd wordt zich uit de procedure terug te trekken kan uit de officiële cijfers niet worden opgemaakt welk percentage van de voorgedragen kandidaten wordt afgewezen. Het staat wel vast dat goedkeuring door DNB geen formaliteit is. Er vindt een diepgaand interview plaats en het is bekend dat in twijfelgevallen nog een tweede gesprek wordt gevoerd.

Maar ook al wordt het bestuur op deze wijze voorzien van bestuurders met een kwalitatief hoog niveau, de samenstelling van het bestuur is soms ook onderhevig aan aanwijzingen van DNB. Zo komt het voor dat DNB onafhankelijke bestuurders eist. Dat komt omdat de eis die aan kennis over beleggingsbeleid en risicomanagement wordt gesteld op een zo hoog niveau ligt, dat uit eigen kring van werknemers, vakbondsmensen en gepensioneerden niet eenvoudig iemand kan worden voorgedragen. Maar het komt ook omdat DNB van mening is dat een of twee externe bestuurders zich onafhankelijker en objectiever kunnen opstellen.

Deze situatie leidt tot een ongezonde afhankelijkheid van De Nederlandsche Bank en van deskundigen die zich beschikbaar stellen voor bestuursfuncties. De hoge eisen die worden gesteld, vooral aan voorzitters en bestuurders met een specialisatie, zoals beleggingsbeleid en risicobeleid, maken het voor mogelijke kandidaten interessant om er hun beroep van te maken. Voor beroepsmatige pensioenfondsbestuurders is het werk in deze besturen een verdienmodel. Zij zijn daarmee afhankelijk van de welwillendheid van DNB om hen door middel van goedkeuring een plaats in een of meer besturen te gunnen. Maar daar moet natuurlijk wel iets tegenover staan. Het kan niet zo zijn dat een dergelijke beroepsbestuurder zich tegen het beleid van DNB keert of zich op een andere wijze kritisch opstelt. Anders zou hij of zij bij een verlenging van de zittingstermijn of bij een nieuwe benoeming wel eens kunnen worden afgekeurd.

Het is ingewikkeld en moeilijk om besturen samen te stellen op basis van het meestal gekozen paritaire model. In het paritaire model bestaat het bestuur uit vertegenwoordigers van werkgevers, werknemers en gepensioneerden. Vooral de laatste twee categorieën hebben moeite om uit eigen kring gekwalificeerde bestuurders te vinden. Dat geldt in het bijzonder voor ondernemingspensioenfondsen. In veel gevallen worden voor bestuurders namens gepensioneerden onder de doelgroep verkiezingen georganiseerd. Maar heeft men op deze wijze een kandidaat gekozen dan is nog steeds goedkeuring van DNB vereist.

Er zijn voorbeelden bekend van bestuurders die voor DNB onwelgevallige standpunten innamen en die dat met ontslag moesten bekopen. Bij het Pensioenfonds Schilders was Jan van Walsem jarenlang voorzitter. Hij werd onder druk van DNB ontslagen zonder dat hiervoor een duidelijke aanleiding bestond, anders dan dat Van Walsem zich onafhankelijk en kritisch tegenover DNB opstelde. Ook Joanne de Graaff van onder meer het pensioenfonds voor tandartsen werd afgetoetst door DNB. Zij had een jarenlange ervaring bij verschillende pensioenfondsen en werd gedwongen terug te treden vanwege slordigheden in haar cv. Maar de achtergrond was waarschijnlijk haar kritische houding met name tegenover de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Dit soort gebeurtenissen wordt meestal zorgvuldig onder de pet gehouden door betrokkenen, maar Van Walsem en De Graaff zochten de openbaarheid over het onrecht dat hen, volgens hun opvatting, was aangedaan. En onlangs nog werd bekend dat DNB een kandidaat-bestuurslid van nota bene het Pensioenfonds AFM niet geschikt achtte voor het bestuur. Het betrof Albert Merkelbach, die eind 2016 door de gepensioneerden van de AFM werd verkozen. Hier ziet men hoe vervelend zoiets kan uitwerken: gepensioneerden hebben de keuze uit twee kandidaten, ze kiezen de een en door ingrijpen van DNB wordt nu de ander benoemd.

Het beleid en de uitvoering ervan

Als een bestuur is gevormd dat volledig de steun van DNB heeft, dan nog bemoeit DNB zich met allerlei uitvoeringszaken. Het beleggingsbeleid en het risicomanagement worden getest. Feitelijk staan pensioenfondsen nagenoeg geheel onder curatele van DNB, vooral als ze in een herstelplanfase verkeren, wat overigens voor alle grote fondsen in Nederland nu al jaren het geval is vanwege de uitermate strenge regels op het gebied van de dekkingsgraad. Het komt regelmatig voor dat pensioenfondsen met verlies beleggingen moeten afbouwen die door DNB te riskant worden gevonden. Het komt ook voor dat DNB een aanwijzing geeft om de risicofactor van beleggingen te verkleinen door te desinvesteren in zakelijke waarden en te investeren in vastrentende waarden. Pensioenfondsen worden daardoor gedwongen te investeren in slecht renderende overheidsobligaties. Bij de huidige lage rente leveren deze obligaties nauwelijks rendement op maar wat veel erger is: bij een stijgende rente in de toekomst wordt het rendement negatief. Met andere woorden: DNB dwingt pensioenfondsen tot het nemen van grote risico’s onder het mom van het afbouwen van risico’s. Immers: het risico, zoals eenvoudig geformuleerd door politici in het kielzog van DNB neemt toe naarmate meer in zakelijke waarden, zoals aandelen, wordt belegd en neemt af naarmate meer in vastrentende waarden, zoals obligaties, wordt belegd. Maar dat is gezien vanuit het perspectief van een korte termijn belegger. Pensioenfondsen beleggen op lange termijn. En onder de voorwaarde dat risico’s worden gespreid door te beleggen in verschillende bedrijfstakken en in verschillende landen en continenten, leveren op langere termijn zakelijke waarden meer rendement op en blijken vastrentende waarden minder zeker dan gedacht. Bovendien worden tegenwoordig alom de rente en de geldhoeveelheid gemanipuleerd door Centrale Banken. Vastrentende waarden zijn een speelbal van monetaire en sociaaleconomische politiek.

Het Financiële Toetsingskader (FTK) formuleert gedetailleerde regels voor de bedrijfsvoering van pensioenfondsen. Het gaat daarbij om de samenstelling van het vermogen, de vorming van een eigen vermogen, de wijze waarop risico’s zijn geïdentificeerd, de wijze waarop die risico’s met behulp van scenario’s worden beheerst, de manier waarop de premie moet worden berekend, de berekeningswijze van de dekkingsgraad, het voorschrijven van de exacte wijze waarop het toeslagenbeleid dient te worden uitgevoerd, de uitvoering van een haalbaarheidstoets en ga zo maar door. Toen het FTK in zijn huidige vorm tot stand kwam merkte een directeur van een groot pensioenfonds op dat de beleidsvrijheid van pensioenfondsen nu beperkt was tot tekenen bij het kruisje.

Zoals gezegd verkeren nagenoeg alle grote pensioenfondsen en ook menig kleiner pensioenfonds in een situatie waarin formeel sprake is van een herstelplan. Dat houdt in dat DNB zich intensiever nog dan in het besluit FTK is vastgelegd bezighoudt met de dagelijkse bedrijfsvoering van pensioenfondsen. DNB legt rapportages op aan pensioenfondsen en houdt geregeld inspecties waarbij ook de effectiviteit van de samenwerking met DNB wordt beoordeeld. Besturen van pensioenfondsen zijn zich volledig gaan richten op het voldoen aan de talloze richtlijnen, instructies en aanbevelingen van DNB.

Er wordt in de openbaarheid niet veel gesproken over deze praktijken van DNB. Dat komt misschien omdat een al te kritische houding tegenover de toezichthouder zich kan vertalen in een stuggere houding van DNB tegenover het betreffende fonds. Pensioenfondsen kijken wel uit om zich al te zeer tegen DNB te keren. Toch komen incidenteel feiten aan het licht die de vraag oproepen of DNB haar rol niet te gretig vervult. Zo heeft de rechtbank in Rotterdam beslist dat DNB het pensioenfonds Verenigde Glasfabrieken ten onrechte heeft gedwongen goud te verkopen. In de procedure voor een schadevergoeding is deze uiteindelijk niet toegekend, omdat het pensioenfonds onvoldoende wist aan te tonen dat het inderdaad schade heeft geleden. Maar dat doet niets af aan de veroordeling zelve: DNB had zich niet zo gedetailleerd met het beleggingsbeleid mogen bemoeien. Een fraai voorbeeld van waartoe een vermenging van verantwoordelijkheden kan leiden.

In 2015 verloor DNB een rechtszaak tegen het pensioenfonds voor het slagersbedrijf.  DNB vond dat een deel van het geld in dat pensioenfonds niet goed was verdeeld tussen de gewone pensioenregeling en de regeling voorwaardelijk pensioen, bestemd voor VUT, prepensioen en levensloopregelingen. Het pensioenfonds kreeg een wettelijke aanwijzing om het beleid aan te passen maar wendde zich tot de rechter die het fonds op alle punten in het gelijk stelde.

Het gaat natuurlijk te ver een algemene conclusie aan deze incidenten te verbinden. Maar het is verontrustend als een bestuurlijk onafhankelijk en neutraal instituut als DNB in toenemende mate in dit soort zaken wordt betrokken.

Toezicht op de solvabiliteit van pensioenfondsen

Een derde aspect van de bemoeienis van DNB met pensioenfondsen is het toezicht op de solvabiliteit ofwel de financiële gezondheid van pensioenfondsen. Deze vorm van toezicht komt het meest in de publiciteit. Maandelijks berichten pensioenfondsen over de stand van zaken, samengebald in één begrip: dekkingsgraad. En ook voor het berekenen van de dekkingsgraad geeft DNB gedetailleerde voorschriften.

Laten we onze fantasie eens gaan over de manier waarop een eenvoudige econoom (zoals bijvoorbeeld ikzelf) de solvabiliteit van een pensioenfonds zou berekenen. De vraag die je moet beantwoorden als je een uitspraak wilt doen over solvabiliteit is de volgende: is het betreffende pensioenfonds met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid in staat om aan zijn verplichtingen te voldoen? Om dat te kunnen beoordelen moeten we terug naar de essentie van wat een pensioenfonds is. Het gaat hier om een stichting, zonder winstoogmerk, die in ruil voor de afdracht van een premie het recht verschaft op een pensioenuitkering. Voor elk jaar dat voor een medewerker premie wordt afgedragen krijgt die medewerker een voorwaardelijk recht op een uitkering zodra hij of zij met pensioen is. Doorgaans is dat uitkeringsrecht gerelateerd aan het middelloon. Elk jaar wordt bijvoorbeeld 1,875% van het middelloon als uitkering in het vooruitzicht gesteld. In dat percentage zit ook de AOW-uitkering ingebouwd. Na een opbouw gedurende 42 tot 45 jaar is een niveau bereikt van 78% tot 84% van het middelloon. Dat moet de betrokkene in staat stellen om na zijn of haar pensioen de levenswijze van daarvóór te continueren. De premie is berekend met een ingebouwd verwacht rendement, dat afhankelijk is van de samenstelling van de belegde middelen van het pensioenfonds. Dat ingebouwde rendement is tot 2007 doorgaans 4% geweest. Na het tot stand komen van de Pensioenwet is een onafhankelijke Commissie Parameters verantwoordelijk voor het aangeven van de grenzen waarbinnen die verwachte rendementen kunnen worden gekozen. De laatste jaren komen pensioenfondsen gemiddeld uit op 2,8% verwacht rendement. Dit rendement is het reële rendement, dat wil zeggen gecorrigeerd voor de verwachte inflatie. De laatste conclusies van de Commissie Parameters, onder de leiding van voormalig Minister van Financiën Dijsselbloem, adviseert het verwachte rendement te verlagen. Zoals het zich laat aanzien zal het verwachte reële rendement dan gemiddeld rond de 2% terecht komen.

Als ik, als econoom, wil weten of het pensioenfonds voldoende middelen in kas heeft om aan zijn verplichtingen te voldoen, met andere woorden als ik de solvabiliteit van een pensioenfonds wil weten, dat stel ik dus de volgende vraag: als u het verwachte rendement dat in de premie is ingebouwd, realiseert, kunt u dan aan alle verplichtingen voldoen? En ik stel bovendien een tweede vraag: is het waarschijnlijk dat u dat verwachte rendement ook gaat halen? Als ik me conformeer aan de huidige manier van beoordelen moet ik de dekkingsgraad berekenen. De vraag is dan: bij het in de premie ingebouwde rendement kan ik de verplichtingen die het pensioenfonds is aangegaan terugrekenen naar de contante waarde. De contante waarde is de waarde van alle toekomstige verplichtingen terugerekend naar het heden, ervan uitgaand dat in de toekomst nog een rendement zal worden gemaakt dat gelijk is aan het in de premie ingebouwde rendement. Als de belegde middelen op een gekozen moment, bijvoorbeeld aan het eind van een boekjaar, gelijk zijn aan de contante waarde van de verplichtingen, dan is er precies genoeg geld in kas om aan alle verplichtingen te voldoen. Dan moet natuurlijk wel het ingebouwde rendement worden gerealiseerd.

Maar zo wordt de solvabiliteit niet berekend door DNB. De vraag van DNB is feitelijk de volgende: als u al uw belegde middelen vandaag omzet in risicovrije, Nederlandse overheidsobligaties, heeft u dan voldoende geld in kas om aan uw verplichtingen te voldoen? Op het moment dat ik dit schrijf is de tienjaarsrente van Nederlandse staatobligaties -0,492%. Verplichtingen van pensioenfondsen strekken zich uit over 70 jaar. Gemiddeld is de risicovrije rente over die lange periode nu (augustus 2019) 0,8%. Als het pensioenfonds dus al zijn belegde middelen omzet in Nederlandse overheidsobligaties, dan maakt hij geen 2,8% maar slechts 0,8% rendement. En dan zijn er veel pensioenfondsen die onvoldoende rendement maken om aan de verplichtingen te voldoen. Maar waarom werd dan in de premie een verwacht rendement van 2,8% ingebouwd? Had dat dan ook niet 0,8% moeten zijn? Ja, natuurlijk is dat een juiste opmerking. Maar daar gaat DNB niet over. DNB is van mening dat de premie inderdaad op basis van de risicovrije rente moet worden berekend. Dat de premie dan stijgt naar 35%, terwijl hij nu ruim 20% bedraagt,  is nu eenmaal de consequentie van het gekozen beleid, aldus DNB.

Waarom volgt DNB deze onlogische, oneconomische en voor de pensioenen desastreuze aanpak? Niet omdat dat een keuze is die gemaakt is in het Besluit FTK. In dit besluit wordt met geen woord gerept over de discontovoet, het rendementspercentage waarop de berekeningen zijn gebaseerd. Ook niet omdat dit vastligt in de Pensioenwet. In de Pensioenwet staat het volgende: “de technische voorzieningen worden berekend op basis van marktwaardering” (art. 126 2a). Dat is de enige wetstekst die over de discontovoet gaat. De wetgever heeft vervolgens impliciet de invulling van dit artikel gedelegeerd aan DNB. En die geeft er de invulling aan die hierboven werd omschreven. In de wandeling wordt dit de risicovrije rente genoemd. Dat is geen marktwaardering, maar een hoogst particuliere invulling ervan.

Lang is gedacht dat deze rigoureuze keuze van DNB te maken heeft met het feit dat aan deelnemers en gepensioneerden een garantie wordt gegeven. Maar er wordt nergens een garantie gegeven. Niet in de wet en ook niet in de individuele overeenkomsten die elk pensioenfonds sluit met werkgevers en werknemers. In het Pensioenakkoord is dat nog eens expliciet vastgeld. Er is geen garantie, werkgevers lopen geen risico meer nadat de premie is afgedragen, het pensioenfonds loopt geen risico omdat het niet failliet kan gaan. Alle risico’s liggen uitsluitend en alleen bij de deelnemers en de gepensioneerden. Maar in antwoord op de vraag of, als dit Pensioenakkoord wordt doorgevoerd er dan ook met een andere discontovoet kan worden gewerkt antwoordt de President van DNB Klaas Knot in een brief aan Minister Koolmees, dat verandering van de discontovoet niet mogelijk is omdat bij een verhoging ook de verwachte uitkering moet worden aangepast. Het is dan lood om oud ijzer. Een 1% hogere uitkering wordt volledig gecompenseerd met een 1% hogere discontovoet. Wel zou het mogelijk zijn af te zien van buffers.

DNB kiest dus voor een discontovoet en die keuze staat volledig los van de inhoud van het stelsel. Het is de marktwaardering. De enige mogelijke marktwaardering. Dat deze marktwaardering alleen in Nederland wordt toegepast en in geen enkel ander land met een kapitaaldekkingsstelsel is helaas een fout die in andere landen worden gemaakt. Klaas Knot is als de spookrijder die over de autoradio een waarschuwing hoort: “er kan u een spookrijder tegemoet komen” en dan reageert met “één spookrijder, ik zie er wel honderd!” Hij is de soldaat in het peloton die rechtsaf gaat terwijl de andere 999 soldaten linksaf zijn geslagen en die toch blijft beweren dat hij de enige is die het bevel van de pelotonscommandant goed heeft gehoord.

Conclusie

De Nederlandsche Bank is in zijn rol van toezichthouder in een onhoudbare positie terecht gekomen. Het toezicht is te omvangrijk, te breed en te gedetailleerd, het omvat alle aspecten van de bedrijfsvoering en de governance van pensioenfondsen en het miskent in ernstige mate de mogelijkheid van pensioenfondsen om op eigen kracht het goede te doen, onder controle van de meest belanghebbenden. Bij de aanvang van het toezicht van DNB op pensioenfondsen ging het meteen al mis. Mevrouw Joanne Kellerman, directeur belast met het toezicht op pensioenfondsen, maakte duidelijk dat wat zij had aangetroffen bij nadere bestudering van de werkwijze van pensioenfondsen ongelooflijk was. Naar haar oordeel werd de pensioensector gedomineerd door amateuristische bedrijfsvoering en een onverantwoord naieve omgang met risico’s. Terwijl er geen groot pensioenfonds door wanbeleid in moeilijkheden is gekomen. Mevrouw Kellerman maakte een uitstapje als bestuurder van de Single Resolution Board (SRB), een onderdeel van de Europese Bankenunie. Zij is nu ondermeer voorzitter van het bestuur van PFZW, een van de grootste pensioenfondsen van Nederland. Haar uitspraken over het amateurisme binnen de pensioenfondsen zegt meer over haar dan over de pensioenfondsen.

De situatie is ontstaan dat in de pensioenwereld grote angst bestaat voor de invloed van DNB. Op elk moment kan het oordeel van DNB invloed uitoefenen op de dagelijkse gang van zaken. Ik durf te beweren dat de meeste pensioenfondsen hun beleid afstemmen op wat DNB voorschrijft en zelfs op wat het pensioenfonds verwacht dat DNB als reactie gaat zeggen. De hoofdactiviteit van een pensioenfonds komt daarmee in het gedrang. Niet meer de vraag: “wat is goed voor de deelnemers en de gepensioneerden” staat centraal maar de vraag “wat zal DNB vinden”. Een buitengewoon ongezonde situatie.

Misschien zou DNB zijn aandacht beter kunnen concentreren op de procedure van de benoeming van goede bestuursleden. Het zou een idee kunnen zijn de bestuursleden niet te laten kiezen, maar hen te laten voordragen door een ander gekozen lichaam zoals bijvoorbeeld het Verantwoordingsorgaan of de Ondernemingsraad. Als een bestuur eenmaal goed is samengesteld dan moet het toezicht zich terughoudend opstellen en niet ook nog gedetailleerde eisen gaan stellen op het gebied van het beleid en de uitvoering daarvan. Eisen om het risicoprofiel van een fonds aan te passen horen niet thuis bij een toezichthouder, al helemaal niet als die eisen feitelijk inhouden dat het risicoprofiel verslechtert.

En de keuze van de discontovoet moet worden overgelaten aan de politiek. Die is immers de opdrachtgever van DNB als toezichthouder. En deze discontovoet mag niet afwijken van het gekozen verwachte rendement dat is ingebouwd in de premie. Een premie van ruim 20% moet genoeg zijn voor de financiering van pensioenaanspraken. Als dat niet zo zou zijn dan moeten we overstappen op een omslagstelsel, zoals we bij de AOW ook hebben. Een premie van 20% betekent een discontovoet van rond de 3%. Wordt meer rendement gemaakt dan moet dat beschikbaar zijn voor indexatie.

En overigens: een pensioenfonds zou niet moeten spreken over eigen vermogen. Een pensioenfonds belegt de middelen die hem door middel van de premieafdrachten ter beschikking zijn gesteld. Dat beheren moet gebeuren op prudente wijze. Het pensioenfonds handelt immers voor risico van de deelnemers en de gepensioneerden.

 

Rob de Brouwer

12 augustus 2019

15 Reactie's
  • Bernard Berendsen
    Geplaatst op 22:30h, 12 augustus Beantwoorden

    Hartelijk dank weer mijnheer de Brouwer. Buitengewoon informatief. Het heeft er overigens alle schijn van dat Klaas Knot door het ministerie van Financien mede onder druk van Rutte op zijn plek bij de DNB is gekomen. De gedoodverfde opvolger van Wellink was toch Lex Hoogduin . Dee heeft na de benoeming van Knot de groeten gezegd tegen de DNB en is nu hoogleraar.
    Blijkens de waarde die de DNB lijkt te hechten aan kwalitatieve pensioenfonds bestuurders en die op hun wijze screened dan moeten we toch in mevrouw Wortman-Kool van het ABP een uiterst bekwame pensioenfondsbestuurder hebben. Deze is ooit opgeleid als verpleegkundige en daarna de politiek in gegaan. Zij heeft kennelijk politicologie gedaan en verdween daarna naar het parlement van de Europese Unie. Hier werd zij kennelijk belast met Europese pensioenaangelegenheden. Zij heeft dus buiten het rondhangen in het EU parlement geen enkele financiële deskundigheid.. misschien voegt ze zich gemakkelijk naar gezag en is dat haar pensioenfonds talent.

  • Tjapko Slachter
    Geplaatst op 07:33h, 13 augustus Beantwoorden

    Ik kan de samenhang nog niet helemaal duiden maar ik krijg de indruk dat men op Europees niveau bezig is de juiste poppetjes op hun plek te krijgen op deze wijze kan de overheid de pensioen pot gebruiken om zijn eigen rotzooi op te ruimen negatieve rente op staats leningen kun je de eu betalen en alle achterstallig onderhoud van diverse projecten betalen

  • Marga Dobma-Wijbenga
    Geplaatst op 09:16h, 13 augustus Beantwoorden

    Zoals altijd is dit artikel door de heer Rob de Brouwer weer zeer informatief en vooral voor iedereen duidelijk. Het is daarom te hopen dat veel mensen, vooral gepensioneerden hiervan kennis nemen en er daarna ook wat mee doen. Zo is het grote aantal gepensioneerden heel belangrijk bij verkiezingen vanwege hun grote aantal. Kortom voor werkenden en niet-werkenden een heel interessant artikel!!

  • Servé Mullenders
    Geplaatst op 10:50h, 13 augustus Beantwoorden

    Tja dat een verpleegkundige bestuurs voorzitter kan worden van het grootste Nederlandse pens.fonds is al een gotspe. Geen enkele ervaring op fin.gebied -oh ja wellicht een beetje bijgeleerd in 4 jaar Europees nepparlement voor PvdA – is kennelijk voldoende. En dus weer een zachte heelmeester die alleen doet wat Knot (DNB, PvdA) opdraagt. En dat is nimmer goed voor de premiebetalers noch gepensioneerden. Al die jaren geen woord van kritiek gehoord van haar op het beleid van DNB. En dan ook nog eens een dubbele pet op als commissaris bij Aegon. Hoe ze dat heeft bereikt mag joost weten, maar vermoedelijk 8 handen op 1 buik, ons kent ons.

  • Han Lubach
    Geplaatst op 14:20h, 13 augustus Beantwoorden

    Het moge duidelijk zijn
    De Overheid en DNB spelen een schimmig spel.
    De pensioenfondsbestuurders doen niet wat zij behoren te doen namelijk de belangen van haar deelnemers behartigen.
    De vakbonden vertegenwoordigd in de pensioenfondsen bijten niet van zich af en informeren hun achterban niet doelmatig

    Want als de gemiddelde deelnemer weet dat van elke euro die hij inlegt voor pensioen er maar 50 cent belegd wordt , dan breekt er echt wel de pleuris uit

    Maar ja die pluche fauteuils zitten zo lekker

  • Gerrit van Rooijen
    Geplaatst op 15:35h, 13 augustus Beantwoorden

    Een zeer ingewikkelde situatie waarbij ik als gewone man veel moeite heb dit alles te overzien. Ik heb het gevoel dat de overheid , met de Ned. Bank als toezichthouder, bezig is de pensioengelden te konfiskeren. De overheid heeft er als grote werkgever ook belang bij , zo laag mogelijke pensioenbijdragen te betalen.

  • Carlos Pinto e Neto
    Geplaatst op 20:28h, 13 augustus Beantwoorden

    Heel toevallig ben ik vandaag wezen protesteren bij DNB. Ik heb daar symbolisch mijn pensioen vast ingeleverd. Dit als voorschot op mogelijke kortingen. Ik heb de vraag gesteld over benoemingen, men zegt dat alleen op deskundigheid en integriteit wordt getoest.
    Artikel weer top… wel voor mij lastig te volgen maar het lukt een beetje.

  • Wim Donders
    Geplaatst op 09:07h, 14 augustus Beantwoorden

    Het komt er eigenlijk op neer dat er gewoon een enorme diefstal gepleegd word door de Nederlandse staat, die daarvoor DNB als instrument gebruikt. En alles is ook nog keurig geregeld in wetgeving. Hoe heeft het in hemelsnaam zover kunnen komen, dat de wetgeving tegen het belang van burgers handeld.
    Misschien moeten wij overwegen om maar af te rekenen met de fiscus en door nieuwe wetgeving de onbetrouwbaar gebleken overheid buiten spel te zetten en de pensioenen weer terug te geven aan de deelnemers, die het geld bij elkaar gespaard hebben.

  • Holke J.M. Flapper
    Geplaatst op 17:25h, 14 augustus Beantwoorden

    Wij zijn blij dat we gelijkgestemde mensen tegenkomen die ook nog met gevoel voor realiteit een pen vast kunnen houden. Zowel Ton Verlind als Rob de Brouwer, bedankt voor jullie duidelijke bijdrage. Ik onthoud me van commentaar daarvoor ben ik niet deskundig genoeg maar ik heb wel een heel belazerd gevoel bij het geheel en helemaal onkundig ben ik inmiddels ook niet meer. Het Nederlandse beleid van de afgelopen jaren kenmerkt zich door anti -cyclisch te acteren en daarmee de al ontstane crisis verder te verdiepen. Ook nu het beter gaat, althans met de economie, naar men zegt worden we continue geconfronteerd met falend optreden van wat wij Overheid noemen. Herhaaldelijk heb ik al aangegeven dat we gemaand worden het democratisch beginsel te respecteren. Zij die dit verkondigen zouden daarbij moeten bekennen, dat zij dit doen omdat ze dan al met 5 – 0 voorstaan. Wat in dat soort gevallen mogelijk kan helpen is het toekennen van strafschoppen om de stand enigszins gelijk te trekken. Tot slot is het zaak om deze zaken vooral goed te bedenken als er weer verkiezingen zijn. Probleem hierbij is echter gebrek aan geschikte partijen en politici.

  • Herbert de Valck
    Geplaatst op 19:31h, 17 augustus Beantwoorden

    Met welk “recht” plaatst de DNB de Pensioenfondsen “onder curatele”? Het resultaat hiervan uit zich in het afdwingen (lees confisqueren) van het ingelegde vermogen door de Pensioenfondsen moedwillig op de minst renderende staatsobligaties als dekking achter de hand gehouden wordt.
    Hier dient in komend overleg een positiever resultaat voor in de plaats te komen. De toekomst ziet er al genoeg minder rooskleurig uit!

  • Pieter Vink
    Geplaatst op 14:39h, 20 augustus Beantwoorden

    Wanneer gaan wij alles platgooien als gepensioneerden?

  • Rob Brioul
    Geplaatst op 08:06h, 27 augustus Beantwoorden

    Inderdaad, wanneer gaan wij (gepensioneerden) alles platgooien…
    Dat ligt niet zo in onze aard, maar nu een tiental jaar geen indexatie en wel inflatie en kortingen die boven onze pensioenen “hangen” zouden deze nette aard wel eens grondig kunnen herzien! Het is bizar hoe politici laatdunkend hiermee omgaan, want die gepensioneerden zijn toch “rijk”. Waar deze zogenaamde rijkdom veelal zit in stenen wordt de portemonnee steeds minder gevuld. En van Europa kunnen we weinig goeds verwachten.
    Het is dus zeer de vraag, blijven we ons gedragen als makke schapen of krijgen we meer wolfachtige trekken?

  • E. starink
    Geplaatst op 08:35h, 22 september Beantwoorden

    De benoemingsprocedure als geschetst maakt dat een normaal mens zich niet snel kandidaat zal stellen voor een bestuursfunctie bij en pensioenfonds. Gevolg is dat de pensioenbesturen in toenemende mate zullen bestaan uit DNB-vriendjes. Hoe meer incest wil je hebben?
    Voldoende zou moeten zijn dat DNB een marginale toets verricht op voorgedragen kandidaat-bestuurders. Dus: kijken of de binnen fondsen gehanteerde procedure toereikend zijn en zijn gevolgd. Met eventueel nog een waarschuwing dat een kandidaat een vlek op zijn blazoen heeft (fraude of iets dergelijks).

  • E. starink
    Geplaatst op 08:39h, 22 september Beantwoorden

    Tav de solvabiliteitstoets als geschetst: graag zag ik nog een overzicht waarin voor de Top10 van pensioenfondsen naar grootte naast elkaar worden gezet:
    1. de dekkingsgraad volgens DNB
    2. de dekkingsgraad uitgaande van behaald rendement over de afgelopen 7 jaar
    3. het gemiddelde van 1 en 2.
    Mij helpt een dergelijk overzicht. :

    Mijn verzoek neemt niet weg dat ik grote bewondering en waardering heb voor de artikelen !

Geef een reactie