De Pensioenroof: de Vereniging Pensioenverlies neemt het initiatief tot een rechtszaak tegen de Staat

De Pensioenroof: de Vereniging Pensioenverlies neemt het initiatief tot een rechtszaak tegen de Staat

In de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw stonden de nationale overheidsfinanciën er niet zo goed voor, althans voor Nederlandse begrippen. Achtereenvolgende kabinetten hadden al eerder geprobeerd daar iets aan te doen. Zo was er Bestek ’81, de nota waarin het kabinet-Van Agt I in 1978 zijn bezuinigingsplannen formuleerde en de opvolger van de 1%-nota van het kabinet-Den Uyl. Bestek ’81 bevatte een pakket van 10 miljard gulden aan bezuinigingen, maar hier kwam weinig terecht. Het gevolg was dat de daaropvolgende kabinetten Lubbers vooral gericht waren op  verdere beperking van de uitgaven. In die tijd ontstond de term “ombuigingen”, een begrip dat op een omfloerste manier het woord “bezuinigingen” verving. Nog wat later hoorde je het begrip “intensiveringen”. Maar steeds ging het over de inperking van de overheidsuitgaven teneinde het overheidstekort te verminderen en de staatschuld te verlagen, die beiden volgens de toen heersende Nederlandse opvattingen onhoudbaar waren. In 1985 was de staatsschuld opgelopen naar 76% en in 1999 zou de staatsschuld weer onder het niveau van 60% van het bruto binnenlands product (bbp) liggen. In onderstaande grafiek is het verloop van de staatsschuld als percentage van het BBP weergegeven.

 

Uit bovenstaande grafiek blijkt dat op geen enkel moment de omvang van de staatsschuld onrustbarende vormen aanneemt. Het lenen van geld voor overheidsuitgaven is, in tegenstelling tot wat door sommigen beweerd wordt, geen economische doodzonde. Als met deze leningen investeringen worden gefinancierd die het groeivermogen van de nationale economie vergroten, is het aangaan van schulden zelfs aanbevelenswaardig. Het geld dat in Nederland wordt gespaard kan immers beter in Nederland worden geïnvesteerd. En als de Staat geen schulden maakt waar moet het spaargeld dan heen?

Toch besluit het kabinet Lubbers I tot drastische bezuinigingen. Maar vooral omdat de weerstand in Nederland tegen bezuinigingen uitermate groot is, zet het kabinet een eerste stap in wat we uiteindelijk de pensioenroof zullen noemen: het niet afdragen van geld dat als pensioenpremie moet worden betaald aan het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). In België en Italië ligt de staatschuld boven de 100% van het bbp en in Frankrijk wordt de 100% ook bijna gehaald. In de zogenaamd desastreuze dagen van het kabinet Lubbers was onze staatsschuld nooit zo hoog als die nu is in de zuidelijke landen van de EU. En in België, Frankrijk en Italië worden de pensioenen nog steeds geïndexeerd, inclusief die van de ambtenaren.

De kabinetten Lubbers I, II en III hebben vooral bezuinigd door geld wat bedoeld was voor ambtenaren, hun werknemers zeg maar, achter te houden en te gebruiken om gaten in de begroting te dichten. Ambtenarensalarissen werden verlaagd en de grootste pensioenroof uit de geschiedenis vond plaats in de jaren van de kabinetten Lubbers.

Vóór de privatisering in 1996  was het ABP een Rijksdienst en viel het niet onder de Pensioen- en spaarfondsenwet maar onder de ABP-wet. In die wet waren twee belangrijke zaken voor de ambtenaren geregeld. Ten eerste werd in de wet vastgelegd dat ambtenaren recht hadden op een door de Staat gegarandeerd welvaartsvast pensioen. En ten tweede werd in de wet bepaald dat de Staat daarvoor een premie moest afdragen van 21,5% over het salaris minus de franchise.

In de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw is onder de kabinetten Lubbers een greep gedaan in de kas van het ABP. Het ABP dat een prima rendement maakte, ook al in die tijd, was een aantrekkelijk prooi voor de Regering. Het leegroven van het fonds onttrok zich aan de openbare waarneming en werd zo ondoorzichtig uitgevoerd dat slechts weinigen zich realiseerden dat hier geld bestemd voor de pensioenen van ambtenaren werd verdonkeremaand om de begrotingsgaten te dichten. Dat gebeurde op verschillende manieren.

  1. De overheid droeg de afgesproken pensioenpremies niet af aan het ABP. In de balans van het ABP werden de te betalen premies geboekt als een vordering op het Rijk. De accountant keurde deze gedragswijze goed omdat immers in de wet was vastgelegd dat de Staat de uitkeringen garandeerde. Bij kastekorten zou de Staat dus in alle gevallen garant staan en daarmee liep het ABP geen risico.
  2. Tijdens de kabinetten Lubbers werd het in de wet vastgelegde premiepercentage via zogenoemde Uitnamewetten verlaagd tot rond de 8%. Daardoor was de premie niet meer kostendekkend en werd het ABP geconfronteerd met een dalende dekkingsgraad terwijl toch goede rendementen werden behaald.
  3. Het ABP werd geprivatiseerd. De ABP-wet werd ingetrokken en het ABP kwam te vallen onder de Pensioen- en spaarfondsenwet. Bij deze privatisering werd de tot dan toe onder het ABP vallende invaliditeitspensioen overgeheveld naar de toenmalige WAO, tegenwoordig de WIA. De door deze overgang optredende vrijval van voorzieningen werd deels door het Rijk achtergehouden. Natuurlijk had de overgang naar de Pensioen- en spaarfondsenwet tot gevolg dat het door de Staat gegarandeerde welvaartsvaste pensioen kwam te vervallen. Omdat de vordering op de Staat op de balans werd doorgehaald en de achterstallige betalingen daarmee werden witgewassen werd het ABP dit bedrag onthouden.
  4. Bij de privatisering eiste de Verzekeringskamer, die op het moment van de privatisering toezichthouder was, een dekkingsgraad van 110%, maar toen die niet werd gehaald in het eerste jaar streek de toezichthouder over het hart. Door een dekkingsgraad van 110% voldoende te vinden is het ABP feitelijk het enige pensioenfonds dat slachtoffer werd van de voornemens van het kabinet Lubbers om de vermogens van de pensioenfondsen af te romen. Het betreffende wetsontwerp Brede herwaardering bracht het nooit tot een wet, want het werd ingetrokken. In dat wetsontwerp werd geregeld dat alle vermogens van pensioenfondsen boven 110% dekkingsgraad zouden worden afgeroomd.

 

Het is niet helemaal duidelijk om hoeveel geld het gaat, maar het is wel zeker dat deze roof tenminste ruim 32 miljard gulden betrof. Gerekend naar de huidige stand, waarbij dat geld meer dan twintig jaar zou hebben gerendeerd, ontbreekt in de belegde middelen van het ABP een bedrag van tenminste € 80 miljard. Als dat ontbrekende bedrag nog deel had uitgemaakt van de belegde middelen van het ABP dan hoefde niet gevreesd te worden voor kortingen op de pensioenrechten en -uitkeringen van actieve en gepensioneerde ambtenaren. Dan zou het zelfs mogelijk zijn geweest de pensioenen te indexeren, zij het niet volledig. Want € 80 miljard maakt 17,5% uit van de belegde middelen per 31 augustus 2019. De dekkingsgraad van het ABP is op dit moment 88,6%, maar zou dus 106,1% hebben bedragen, beter dan verreweg de meeste andere grote pensioenfondsen.

Met een klein groepje vertrouwelingen heb ik daarom de Vereniging Pensioenverlies opgericht. Deze Vereniging stelt zich ten doel om de Staat verantwoordelijk te stellen voor het achterhouden van belangrijke bedragen die bestemd waren voor het ABP. Het gaat hier immers om loon dat volgens de arbeidsvoorwaarden moest worden gestort in de kas van het pensioenfonds om het pensioen van ambtenaren te bekostigen. De Staat heeft nog steeds een schuld aan het ABP en het wordt tijd dat die schuld wordt ingelost. De Vereniging zal daarbij niet alleen het ten onrechte achterhouden van premie bestrijden maar ook het feit dat door deze handelwijze ambtenaren anders werden bejegend dan andere burgers in dit land.

Het is nog maar de vraag of de Nederlandse Staat haar financiën zo drastisch moest saneren in de vorige eeuw en of daar niet een politieke doelstelling aan ten grondslag lag. Zonder absolute noodzaak ontvalt aan de maatregelen van de kabinetten Lubbers de noodzakelijke onderbouwing op grond van het nationale belang. Maar het blijft hoe dan ook juridisch en moreel laakbaar dat van een deel van de bevolking, namelijk de ambtenaren, een groter offer werd gevraagd dan van de rest van de bevolking. En het is helemaal wrang om te constateren dat tot op de dag van vandaag die laakbare handelwijze negatieve gevolgen heeft voor de opbouw van pensioenen en de uitkering ervan. Er dreigt nu zelf een korting op de pensioenen van de ambtenaren. Het gaat daarbij om 2,8 miljoen mensen. Een op de zes Nederlanders is getroffen door het discriminatoire gedrag van de regering.

Op zichzelf zijn de Uitnamewetten in de betekenis van de parlementaire democratische besluitvorming op een juiste wijze tot stand gekomen. Men zou zich kunnen afvragen of een juridische procedure dan wel mogelijk is. Daarop zijn twee antwoorden mogelijk. Ten eerste kan weliswaar een wet, die democratisch tot stand is gekomen, niet worden getoetst aan de Grondwet maar toetsing aan internationale verdragen is wél mogelijk. Het  Europese Verdrag voor de rechten van de mens laat er in artikel 14 geen twijfel over bestaan dat discriminatie is verboden. Er kan weinig discussie zijn over het feit dat in dit geval ambtenaren anders werden behandeld dan niet-ambtenaren. Bovendien gaat het in de procedure niet alleen over de Uitnamewetten. Het feit dat langdurig de premie niet werd betaald en dat de daaruit ontstane vordering van het ABP doodleuk werd geschrapt bij de privatisering is een grove vorm van onteigening. En dat geldt ook voor de vrijgevallen voorzieningen voor het invaliditeitspensioen die bij de privatisering kwamen te vervallen. Dat bedrag belandde ook grotendeels in handen van de Staat. In het aanvullend protocol uit 1952, behorende bij het Verdrag voor de rechten van de mens staat in artikel 1 duidelijk dat het eigendom wordt beschermt tegen ingrepen van de Staat:

Iedere natuurlijke of rechtspersoon heeft recht op het ongestoord genot van zijn eigendom. Aan niemand zal zijn eigendom worden ontnomen behalve in het algemeen belang en onder de voorwaarden voorzien in de wet en in de algemene beginselen van internationaal recht.

Vaak hoort men het argument dat de belegde middelen van een pensioenfonds niet het eigendom zijn van de deelnemers en de pensioengerechtigden. Over het eigendomsrecht heeft de Hoge Raad der Nederlanden een duidelijke uitspraak gedaan. Deelnemers en pensioengerechtigden zijn eigenaar van een vermogensrecht. Zij zijn crediteuren van het ABP en geen klanten zoals het ABP abusievelijk veronderstelt. Het gaat niet aan dat degene die premie moet afdragen een greep in de pot doet. Nu ambtenaren en gepensioneerde ambtenaren steeds meer schade ondervinden van de pensioenroof wordt het tijd de rechter te vragen een oordeel te geven over de gebeurtenissen rond de privatisering van het ABP. Daarbij zal niet alleen gekeken moeten worden naar de onrechtvaardige onteigening, maar ook naar het vermeende nationale belang, in het licht van de relatief bescheiden financiële problemen waarmee de Staat toen werd geconfronteerd.

De Vereniging Pensioenverlies heeft zich ten doel gesteld in een juridische procedure tegen de Staat het geld terug te vorderen dat ten onrechte aan het ABP is ontnomen. Daarvoor moet een fonds worden gevormd waaruit de kosten van de procedure moeten worden gedekt. De Vereniging Pensioenverlies zal echter eerst onderzoek moeten laten doen naar de precieze gang van zaken tijdens de kabinetten Lubbers. Veel is nog onduidelijk en een juridische  actie kan alleen slagen als de feiten ondubbelzinnig boven tafel zijn gekomen. Wij hebben daarom de medewerking van velen nodig. Want een kleine bijdrage door velen kan een grote impact hebben.

Op de website www.pensioenverlies.nlwordt in detail toegelicht waarover de procedure gaat en hoe dat zal worden aangepakt. Als u mee wilt doen met deze actie dan kun u lid worden van de Vereniging Pensioenverlies door eenmalig € 25  over te maken. Op de website is daarvoor een formulier beschikbaar.

 

Rob de Brouwer

21 september 2019

 

 

13 Reactie's
  • Rob Brioul
    Geplaatst op 15:16h, 23 september Beantwoorden

    Helder verhaal en een heel goed initiatief om de Vereniging Pensioenverlies op te richten. Misschien krijgt de overheid dan zijn verdiende loon, zoals wij gepensioneerden dat ook graag willen!

  • P Jongenelis
    Geplaatst op 15:41h, 25 september Beantwoorden

    Peter Jongenelis,
    Duidelijke uitleg maar hoe bereiken we alle ambtenaren die hier belang bij hebben?
    Misschien met onderstaande tekst.

    32 miljard gulden verdwenen en Uitnamewet
    Gedurende de drie kabinetten van Lubbers en de eerste van Kok, is er conform het Onderzoek van Kenmer (lit.2) stelselmatig geld van het ABP pensioenfonds afgeroomd. Dit is anno 2012 door ABP-bestuurder Xander den Uyl bevestigd (lit.10, 11). De Uitnamewet werd daartoe ingezet, zodat het werkgeversaandeel van de pensioenopbouw deels werd achtergehouden. Oftewel de Staatskas werd gespekt, danwel werd de begroting op orde gemaakt of kon men grote projecten financieren. Waar het exact aan uit is gegeven, blijft speculeren! Prestige projecten zoals de Betuweroute (lit.1) kunnen ermee worden verklaard. In totaal is via deze weg 32,86 miljard gulden uit het pensioenfonds ABP gehaald (lit.2, 3). 32 miljard gulden verdwenen en Uitnamewet
    Gedurende de drie kabinetten van Lubbers en de eerste van Kok, is er conform het Onderzoek van Kenmer (lit.2) stelselmatig geld van het ABP pensioenfonds afgeroomd. Dit is anno 2012 door ABP-bestuurder Xander den Uyl bevestigd (lit.10, 11). De Uitnamewet werd daartoe ingezet, zodat het werkgeversaandeel van de pensioenopbouw deels werd achtergehouden. Oftewel de Staatskas werd gespekt, danwel werd de begroting op orde gemaakt of kon men grote projecten financieren. Waar het exact aan uit is gegeven, blijft speculeren! Prestige projecten zoals de Betuweroute (lit.1) kunnen ermee worden verklaard. In totaal is via deze weg 32,86 miljard gulden uit het pensioenfonds ABP gehaald (lit.2, 3). Tegen deze manier van handelen hebben destijds het ABP, de Verzekeringskamer en de Raad van State bezwaar aangetekend. Desondanks heeft de overheid gedurende vier kabinetten oftewel circa vijftien jaar ervan kunnen profiteren en te gunstige en/ of sluitende begrotingen hebben kunnen presenteren. Desondanks heeft de overheid gedurende vier kabinetten oftewel circa vijftien jaar ervan kunnen profiteren en te gunstige en/ of sluitende begrotingen hebben kunnen presenteren.

    Als er bezwaar is geweest van 3 partijen ABP, de Verzekeringskamer en de Raad van state wat was hier dan het antwoordt op?

  • Nico van Dijk
    Geplaatst op 08:02h, 02 oktober Beantwoorden

    Uitstekende onderbouwing, maar er zou iets meer publiciteit nodig zijn om alle pensioengerechtigden te bereiken. Overigens hebben ambtenaren een eed, inclusief een geheimhoudingsplicht, afgelegd, die tot aan hun dood geldt! Wat staat daar tegenover? En alle ambtenaren vallen onder de Ambtenarenwet en niet onder het Burgerlijk Wetboek. Naar het schijnt zal dit bij een nog in te voeren nieuwe Ambtenarenwet vervallen. Tot slot vraag ik mij af of alle vroegere dienstplichtige militairen, die later nooit ambtenaar zijn geworden, weet hebben van het feit dat zij recht hebben op een ABP-uitkering over de maanden/jaren dat zij gediend hebben.

    • robdebrouwer
      Geplaatst op 16:26h, 19 oktober Beantwoorden

      Geachte heer van Dijk,
      Ik krijg onderstaand bericht:
      Geachte heer Nico van Dijk,
      kunt u aangeven waar er informatie is te vinden of kan worden opgevraagd over die rechten van dienstplichtigen 0p een ABP-uitkering?
      Van jo@housmans.nl
      Wilt u hem antwoorden?
      Rob de Brouwer

  • J.Sievers
    Geplaatst op 09:40h, 05 oktober Beantwoorden

    Hoe kunnen wij lid worden van deze vereniging?

  • Clara Thomassen
    Geplaatst op 18:00h, 07 oktober Beantwoorden

    idd hier moet meer publiciteit aan gegeven worden

  • R. Lutgerhorst
    Geplaatst op 10:00h, 08 oktober Beantwoorden

    Inmiddels ook lid geworden omdat het inderdaad hoogstwaarschijnlijk in politieke zin zal uitdraaien op het korten van het pensioen van miljoenen ouderen.
    Deze korting zal later niet worden teruggedraaid omdat de strenge opgelegde rekenregels dat ook in de toekomst niet zullen toestaan.

    Korten of niet korten is een puur politieke zaak waarbij moet worden gezegd dat in de verkiezingscampagnes van eind 2016 begin 2017 niet over pensioenkortingen is gesproken zowel in de media als bij politieke bijeenkomsten. Je zou dit best volksverlakkerij kunnen noemen.

    Oorzaak is dat er in de regeringsfracties van de Tweede kamer per fractie wordt gestemd, dus niet zonder last en ruggespraak. Dit stemgedrag (stemdiscipline) is in strijd met de Grondwet. Is hier sprake van onrechtmatig stemgedrag?

    Er bestaat dus een grote kans dat er vooral bij de regeringsfracties geen behoefte bestaat om de kortingen te voorkomen ondanks de groeiende wens hangende de uitwerking van het Pensioenakkoord de kortingsregels twee jaar uit te stellen.

  • C.j.m.Urgert
    Geplaatst op 13:38h, 18 oktober Beantwoorden

    Waarom komt dit niet op de tv,
    Dan bereik je gelijk alle benadeelde (en ik ben natuurlijk lid geworden en mijn vriendin ook(ga doorRob.pak ze maar die graaiers.
    Vriendelijke groet C.Urgert.

  • Linda Sterrenberg
    Geplaatst op 20:38h, 19 oktober Beantwoorden

    Goed initiatief!! Via de Abvakabo FNV zouden jullie veel ambtenaren kunnen bereiken. En via het ABP zelf ook. Zij willen lijkt mij ook wel dat geld terug.
    Vraag ze een brief over jullie initiatief naar de leden en de deelnemers te sturen. En laat ambtenaren die lid zijn geworden van Pensioen verlies het verspreiden op het werk.

    Dat Lubbers dat geld jatte snap ik nog wel, maar Kok die oud vakbondsman ….. Dat voelt als een mes steek in de rug.

  • Nico van Dijk
    Geplaatst op 12:15h, 20 oktober Beantwoorden

    Mijn bewering dat een dienstplichtig militair recht heeft op een pensioenuitkering via het ABP baseer ik op het feit dat ikzelf bij de berekening van mijn pensioenjaren de militaire diensttijd mocht meerekenen. In de periode van 1 oktober 1986 tot 1 mei 1994 is overigens de militaire dienstplichttijd beneden de leeftijd van 25 jaar niet pensioengeldig, maar wel overheidsdiensttijd. Dat meetellen van de diensttijd wordt alleen toegepast op dienstplichtigen die na de diensttijd in overheidsdienst zijn geweest. Aangezien dat discriminatoir is, is er in 2018 een actie gestart via de Stichting Petities (petities.nl) met 71 ondertekeningen. Ook baseer ik mijn bewering op de ‘werkinstructie abp-jaren’. Behalve dienstplichtigen geldt dit ook voor KVV-ers en TS-ers. Als men niet in overheidsdienst na de dienstplicht is geweest, zal men een dienstplichtverklaring moeten overleggen. Die kan men uitsluitend schriftelijk per post aanvragen bij het Dienstencentrum Human Resources, Postbus 90090, 3509 AB Utrecht. Het ABP zal die gegevens dan opvragen verwerken. Iedereen die meent in aanmerking voor een ABP-uitkering zal zelf contact moeten nemen met het ABP.

  • Nico van Dijk
    Geplaatst op 12:44h, 20 oktober Beantwoorden

    Er is nog iets waarvoor u bij het ABP kunt aankloppen.
    Indien u AOW-gerechtigd bent, krijgt u (en uw evt. partner) via de SVB maandelijks uw AOW uitgekeerd. Dat pensioen is berekend naar het aantal jaren dat u, teruggerekend vanaf het moment dat u pensioengerechtigd werd, in Nederland stond ingeschreven. Voor volledig AOW moet u 50 jaren hier hebben gewoond. Als u en/of u partner die 50 jaar niet kunt vol maken omdat u een aantal jaren buiten Nederland heeft gewoond en niet voor een Nederlands bedrijf of overheid hebt gewerkt, dan wordt u op uw AOW gekort. Dat tekort aan AOW past het ABP bij, als u (ex-)ambtenaar bent geweest (ook met terugwerkende kracht als u reeds enkele jaren gepensioneerd bent.. Op de website van het ABP kunt u een formulier (‘niet verzekerde tijd’) downloaden, invullen en opsturen. De verwerking kan enkele maanden duren, maar is zeker de moeite waard. Deze regeling kunt u terug vinden in de ‘Rechtspositie rijksambtenaar 1998’.

  • C.j.m.Urgert
    Geplaatst op 09:52h, 28 oktober Beantwoorden

    Waarom betaald het ABP het proces niet,zij horen ons ambtenaren te vertegenwoordigen, en niet de regering.
    Die 800000 euro kan er makkelijk vanaf voor het proces.

Geef een reactie