Korten bij het ABP?

Korten bij het ABP?

Behalve bij een aantal andere pensioenfondsen zoals PME en PMT, dreigen er ook kortingen bij het ABP. Ongekend voor een pensioenfonds waarbij nog maar 25 jaar geleden het pensioen op basis van een eindloonregeling door de Staat welvaartsvast werd gegarandeerd.

En nu zijn we in de situatie beland dat de dekkingsgraad van het ABP rond de 90% ligt en er moet worden gekort. Niet alleen op de uitkeringen, maar ook op de inmiddels opgebouwde aanspraken van nog actieve ambtenaren, onderwijzend personeel, militairen en alle anderen die een ABP pensioen opbouwen.

Is dat nu echt nodig? Rechten en uitkeringen verlagen doe je als het echt niet anders kan. Het is een ultimum remedium, een oplossing als echt alle andere oplossingen al zijn uitgeprobeerd. Je moet dan wel 100% overtuigd zijn dat het echt noodzakelijk is en dat het niet anders kan. De President van De Nederlandsche Bank heeft die overtuiging. Maar heeft hij goed gekeken naar de noodzaak en de alternatieven?

In het jaarverslag van het ABP over 2018 staat een interessante tabel waarin de pensioenverplichtingen worden weergegeven met looptijden tot 50 jaar. Je kunt hieraan zien dat de pensioenverplichtingen over 13 jaar hun jaarlijkse maximum bereiken van € 15 miljard per jaar en daarna weer gaan dalen. Op dit moment zijn de premies die jaarlijks worden afgedragen € 10 miljard per jaar. Tussen nu en 2050 komt het ABP jaarlijks een bedrag van € 1 miljard tot maximaal € 5 miljard te kort om uit de premie-inkomsten de pensioenverplichtingen te betalen. We gaan er dan van uit dat de premie niet gaan stijgen maar dat ook de verplichtingen gelijk blijven. Uit het vermogen moet over deze periode van 30 jaar in totaal € 90 miljard worden aangevuld om aan de verplichtingen te voldoen. Het vermogen is op dit moment € 459 miljard. Dat is ruim voldoende om de tekorten in de jaarlijkse kasstroom aan te vullen. Vanuit kasstroomoverwegingen is er geen enkele noodzaak tot korten.

Deze analyse is statisch. De dynamiek is weggelaten. Er zijn drie beweeglijke elementen:

  • De uitkeringen zouden kunnen worden geïndexeerd. Volgens de regels van het pensioenakkoord zou dat alleen maar gebeuren als de dekkingsgraad weer boven 100% komt. Verwacht moet worden dat een bescheiden indexatie pas weer over 3 jaar zou kunnen beginnen;
  • De premies zijn niet constant. Ze volgen als percentage de ontwikkeling van de pensioengrondslag en ook het percentage kan stijgen. De salarissen zullen zeker stijgen over de komende 30 jaar en daarmee ook de pensioengrondslag. In het Pensioenakkoord is afgesproken dat de premiedekkingsgraad 100% moet zijn dus als de rente zo laag blijft moet ook het premiepercentage omhoog. Verwacht moet worden dat de premie-inkomsten zullen stijgen;
  • Het vermogen is niet constant, het stijgt en daalt met het rendement dat gemaakt wordt. Volgens de uitermate conservatieve ramingen van de Commissie Dijsselbloem, die gebaseerd zijn op wetenschappelijke analyses (althans volgens Dijsselbloem zelf) moet voor het ABP een rendement worden verwacht van 3,5 %, gezien de samenstelling van het vermogen. Dat is € 16 miljard per jaar. Dat betekent dat zelfs in het topjaar 2032 het liquiditeitstekort kan worden betaald uit het rendement en dat over de gehele periode het vermogen blijft stijgen, met naar schatting meer dan € 300 miljard.

Een regering die op basis van de deze feiten besluit tot kortingen op uitkeringen en aanspraken bij het ABP moest zich schamen. Het zou mij niets verbazen dat deze conclusie ook voor de meeste andere fondsen waar kortingen dreigen zou gelden.

Rob de Brouwer

3 november 2019

16 Reactie's
  • Koos Verleg
    Geplaatst op 07:13h, 07 november Beantwoorden

    Waarom niet korten bij ABP als bij PME en PMT wel gekort wordt, zijn ambtenaren iets meer?

    • robdebrouwer
      Geplaatst op 13:25h, 07 november Beantwoorden

      Ik had duidelijker moeten maken dat ik het ABP als voorbeeld neem. Ik ga ervan uit dat als ik dezelfde analyse toepas bij PME em PMT en ook bij PFZW steeds dezelfde conclusie moet worden getrokken: kortingen zijn niet nodig. Ze zijn zelfs schandalig, omdat over voldoende middelen wordt beschikt om aan alle verplichtingen te voldoen. Deelnemers bij het ABP hebben niet meer rechten dan die bij PME en PMT.
      Excuses voor het misverstand.

  • Cas Tuyn
    Geplaatst op 09:09h, 07 november Beantwoorden

    Wat een degelijke, goed onderbouwde berekening. Korten ten tijde van groei van de pensioenpot is onzinnig. 60% van al het pensioengeld in de hele EU zit al in de nederlandse pensioenfondsen,
    Het is goed voor te stellen dat andere landen – het europese parlement voorop dat zelf maar een dekkingsgraad van 37% heeft op haar pensioenfonds en dit tekort elk jaar laat aanvullen uit de EU landen – hun hongerige blik al op deze enorme pot geld hebben gericht.
    We moeten dus een evenwicht zien rte vinden tussen het kleiner maken van de ‘buit’ zodat we minder aantrekkelijk worden om leeggeplukt te worden, en te zwaar interen dat er niets meer overblijft voor de nog werkenden die nog in de opbouwfase zitten.
    De verdubbeling in de afgelopen 12 jaar van de pensioenpot is dus zeer onwenselijk om de komende jaren door te zetten. Ik pleit voor een pas op de plaats voor verdere vermogenstoename in de pensioenpotten. We moeten ONS geld aan ONZE pensionados uitgeven voordat de hele pot wordt leeggeroofd. Dat kan door de rekenrente op 3,5% te zetten. Met die rekenrente zal het pensioenvermogen nog steeds toenemen want ik hoor schattingen van het rendement voor 2019 die rond de 16% liggen, maar we moeten voorzichtig blijven. 3,5% is uiterst conservatief naar de toekomst, maar stelt de fondsen wel in staat om dit jaar eindelijk wel te indexeren.

  • A. de Gruijter
    Geplaatst op 10:25h, 07 november Beantwoorden

    Hieruit blijkt dat het ABP, ondanks een negatieve cashflow pensioenen/premies, toch ruim genoeg vermogen heeft voor de verre toekomst. Over geheel Nederland genomen komt nog steeds meer binnen aan premies dan wordt betaald aan pensioenen. De marge is momenteel zelfs voldoende om de indexering van de pensioenen mogelijk te maken. Dit gaat dan nog geheel voorbij aan de behaalde rendementen over de afgelopen jaren van gemiddeld 7%. Daarom: rekenrente naar een voorzichtige en realistische 3,5 % en indexering uitvoeren. Kortingen moeten van de baan en zijn, zoals in bovenstaand artikel van Rob de Brouwer blijkt, geheel overbodig!!

  • Rik Min
    Geplaatst op 11:09h, 07 november Beantwoorden

    Inderdaad Rob, Cas en A. de Gruijter: Een regering die op basis van de deze feiten besluit tot kortingen op uitkeringen en aanspraken bij het ABP moest zich schamen.

    • Dirk
      Geplaatst op 09:14h, 08 november Beantwoorden

      Deze regering en zich schamen?

  • E.B Dijkman
    Geplaatst op 14:38h, 07 november Beantwoorden

    Al tijden is duidelijk dat korten op pensioenen of verhogen van premies NIET nodig is.
    INTEGENDEEL: er kan gewoon geïndexeerd worden en premies hoeven niet verhoogd te worden.
    De zgn specialisten als Knot, Dijsselbloem, Koolmees en de blatende ja-knikkers i het parlement willen kostte wat het kost vasthouden aan hun IDEE FIXE.
    Toegeven van hun ongelijk zal nu niet en nooit niet in hen opkomen.

  • P.J. van Haaften
    Geplaatst op 18:32h, 07 november Beantwoorden

    Is hier ook rekening meegehouden, dat er nog heelveel geleend geld door deze regeringen
    terug gestort moet worden richting ABP.?

    • robdebrouwer
      Geplaatst op 07:55h, 08 november Beantwoorden

      Neen. Over de Pesnioenroof kun je leders op deze site lezen. Zou de ontbrekende €60 miljard worden bijgestort dan is de dreigende korting van de baan.

  • Hans Wouters
    Geplaatst op 21:15h, 07 november Beantwoorden

    En ROBDEBROUWER omdat u alles zo helder kunt uitleggen, legt u ook even uit waarom de politiek dit niet wil acceperen?

    • robdebrouwer
      Geplaatst op 07:59h, 08 november Beantwoorden

      Ik kan zaken duidelijk uitleggen als ze rationeel te verklaren zijn. Feiten en wetenschap, dat is waar het om gaat. De Politiek is een totaal andere zaak. Kijk naar de klimaatmaatregelen (de Koning had het in de troonrede over klimaatregelen, heeft niemand opgemerkt), zoals aardgas eruit en houtstook erin.

  • S.C. Mullenders
    Geplaatst op 22:07h, 07 november Beantwoorden

    Heeft u tussen haakjes kennis genomen van de 2 brieven die ik geschreven heb. De 1e was een claim op mijn persoonlijke pensioenpot gebaseerd op mijn UPO van 2011. De claim behelsde ook een opeisen van mijn deel van de beleggingswinsten en het saldo bij mijn overlijden voor mijn erven. De 2e brief is gericht aan ABP, DNB, het kabinet t.a.v. M. Rutte en alle kamerfracties waarin ik hun hoofdelijk aansprakelijk stel voor alle nadelige (financiele) gevolgen voor mijn pensioenuitkering nu en in de toekomst door toedoen van hun beslissingen/besluiten.?
    Van DNB heb ik onlangs antwoord ontvangen en van ABP op mijn claimbrief.
    Tot slot nog een korte opmerking: er vindt mede door de nieuwe pens.wet ook een stille onteigening plaats van de pensioengelden. Het gaat stiekum en langzaam want de kortingen zullen keihard door gaan.

    • robdebrouwer
      Geplaatst op 08:02h, 08 november Beantwoorden

      Ja, ik ken uw acties. En u bent niet de enige die aanklachten indient. Maar of u gelijk heeft en dat er inderdaad kortingen komen, dat waag ik te betwijfelen. Mijn gevoel zegt me dat de politiek dat niet durft. Zeker niet bij PME en PMT die al eerder door kortingen werden getroffen.

  • Marcel van Belle
    Geplaatst op 15:04h, 12 november Beantwoorden

    Beste Rob,
    Naar aanleiding van een gesprek over ons pensioenstelsel in Buitenhof van 10 december schreef ik onderstaand stukje. Het geeft wellicht context aan uw pogingen.
    Hoe de brokstukken van de Muur ons pensioenstelsel nog steeds aan het verpulveren zijn (met dank aan Rutte)

    De ene dag wordt het dertigjarig jubileum van de val van de Berlijnse Muur gevierd, de volgende dag vindt in Buitenhof het zoveelste debat over de ontwikkelingen van ons pensioenstelsel plaats. En zoals alle voorgaande keren is er voor de gemiddelde kijker geen touw aan vast te knopen. Als altijd wordt het gesprek gevoerd vanuit ongelijke vooronderstellingen en verzandt het in techniek. De deelnemers kunnen allemaal even goed rekenen, maar ze rekenen niet aan dezelfde som. Toch, elk van hen lijdt aan tunnelvisie, en daarom kan de kijker zich over het onderwerp geen goed oordeel vormen.

    Vóór de val van de Muur had het gros van de Nederlandse werknemers een gegarandeerd, meestal welvaartsvast pensioen. Er was dan ook geen sprake van een pensioendebat, zelfs niet toen er vanaf het einde van de tachtiger jaren door de werkgevers vele miljarden uit de destijds overlopende pensioenpotten werden teruggenomen. Men ging er toen immers nog van uit dat diezelfde werkgevers in het omgekeerde geval wel weer bij zouden lappen. Inmiddels weten we wel beter. De Muur viel, het socialisme was dood, het kapitalisme triomfeerde en in de euforie werd men blind voor de nadelen ervan. Zelfs Wim Kok hief het bedrijfsleven op het schild als zijnde de onbetwistbare held van de geschiedenis. Zo opende hij in Nederland de weg naar wat we nu het neoliberalisme noemen, zoals Blair dat in het Verenigd Koninkrijk deed, en Schröder in Duitsland. Om de held te dienen werd de weg van deregulering, privatisering en opheffing van handelsbelemmeringen (globalisering) ingeslagen. Want, zo was de gedachte, als wij goed zijn voor de held, is de held goed voor ons. Maar wat bleek: gebruikmakend van de door ons geboden faciliteiten vertrok het bedrijfsleven naar graziger weiden elders. Weg held.

    Sindsdien moeten landen als vestigingsplaats voor multinationals met elkaar concurreren. Ze moeten zorgen voor een goed investeringsklimaat, heet het dan. Ze bieden tegen elkaar op met zaken als de kwaliteit van de beroepsbevolking, de infrastructuur, en ja, ook heel banaal met (meestal verzwegen) belastingvoordelen. Met name Rutte heeft dit spel uitermate agressief gespeeld. Regelmatig komt een geblindeerd busje bij het Torentje voorrijden. Als geschiedkundige kan Rutte natuurlijk niet rekenen, maar dat is ook helemaal niet nodig. Hij slikt gewoon alles wat de bezoekende captains of industry en VNO-voorzitters hem influisteren voor zoete koek. Als handig politicus heeft hij hun boodschap in achtereenvolgende kabinetten telkens in beleid weten om te zetten, bij voorkeur door een coalitiepartner van een andere politieke kleur (Klijnsma, Koolmees). Dit is de echt relevante context waarbinnen we de pensioencrisis moeten bekijken. Want alle door of namens Rutte genomen stappen in het pensioendossier hebben in werkelijkheid maar één doel: beperking van kosten en risico’s voor het bedrijfsleven. De invoering van de middelloonregeling was slechts een eerste stap. Dat het debat momenteel vooral gevoerd wordt over de hoogte van de rekenrente, over de tegengestelde belangen van jongeren en ouderen, enzovoorts, ziet Rutte met een glimlach aan, want dat soort geneuzel leidt af van waar het hem werkelijk om gaat.

    Iedereen die kan rekenen weet dat het belachelijk is om een rekenrente van 0,4% te hanteren over zo’n lange looptijd. Wie gaat er nu 98,4 cent in kas houden om over 40 jaar 1 euro te kunnen betalen? Maar dat is het punt niet. De belangrijkste angel zit ‘m in de beslissing om het risico voor de ontwikkeling van het pensioenvermogen en de hoogte van de uitkeringen over te hevelen van de werkgever naar de werknemer. En daar hoor je nauwelijks iemand over. Dat zou op zichzelf nog niet zo erg zijn, als de werkgevers zich daadwerkelijk hielden aan hun nog steeds bestaande wettelijke plicht om voor iedere deelnemer (werknemer) een ‘kostendekkende’ premie in te leggen. Die zou dus in theorie bij een lage rekenrente flink mee moeten stijgen. Maar de facto zien we een tegenovergestelde trend: voor jongere deelnemers zou een lagere premie volstaan, zogezegd omdat die langer kan renderen. De rekenaars onder ons lachen om een dergelijke drogredenering. Op korte termijn zal het ook die jongere werknemers zelf wel een voordeeltje opleveren, maar dat hengelen de werkgevers later aan de CAO-onderhandelingstafel wel weer binnen.

  • Bert Kamphorst
    Geplaatst op 17:41h, 14 november Beantwoorden

    Wanneer gaan de voor en tegenstanders eens met elkaar om de tafel?

    • robdebrouwer
      Geplaatst op 20:55h, 14 november Beantwoorden

      Voor- en tegenstanders proberen met elkaar te praten, meestal via de media, maar het is bijna onmogelijk om echte communicatie te hebben met andersdenkenden, die uitgaan van een dogma.Het lijkt op een discussie tussen een zevendedagsadventist en een hindoe om het eens te worden over het godsbegrip.

Geef een reactie