Waarom is de rente zo laag?

Waarom is de rente zo laag?

Onlangs stond er in de marge van een artikel over de pensioenen in het magazine “Binnenland Bestuur” een opsomming van de oorzaken van de lage rente in de wereld. De opsomming was deze keer van Prof. Dr. Bas Jacobs van de Erasmus Universiteit maar je kunt soortgelijke analyses ook elders vinden. De analyse van Jacobs ziet er zo uit:

  1. Door de vergrijzing wordt er veel gespaard. En als beroepsbevolkingen krimpen dan is er minder behoefte om te investeren;
  2. Doordat de investeringskosten dalen, doen bedrijven een minder groot beroep op de kapitaalmarkt;
  3. De toenemende ongelijkheid in inkomen en vermogen zorgt ervoor dat de gemiddelde spaarquote omhoog gaat. Rijke mensen sparen namelijk meer dan arme mensen;
  4. Er is grote behoefte aan veilige beleggingen. Dat komt door de strengere wet- en regelgeving voor banken, pensioenfondsen en verzekerraars. Tegelijkertijd is het aanbod van veilige beleggingen gekrompen doordat overheden hun schulden aflossen en sommige overheidsschulden onveilig bleken.
  5. Door de opkomende economieën in Azië neemt het wereldwijde aanbod van besparingen toe.

 

Laten we deze vijf punten eens een voor een doornemen.

Wordt er door de vergrijzing veel gespaard? Normaal gesproken zegt de theorie dat mensen tijdens hun werkzame leven sparen voor de oude dag. Eenmaal met pensioen gaan ze leven van het gespaarde kapitaal. Dat heet ontsparen. Een vergrijsde bevolking gaat, als gevolg van het relatief lagere aantal werkenden minder sparen maar vanwege het grotere aantal gepensioneerden ook meer ontsparen. Omdat in de meeste landen niet, zoals in Nederland, het kapitaaldekkingsstelsel wordt gebruikt, maar bijna alle pensioenen uit de belasting- en premie-inkomsten worden betaald (dit heet het omslagstelsel, werkenden betalen voor ouderen) wordt in deze landen als gevolg van de vergrijzing een steeds groter deel van het bruto inkomen uit arbeid afgeroomd en wordt er als gevolg daarvan juist minder gespaard. De vergrijzing kan dus geen oorzaak zijn van de lage rente.

Investeringskosten dalen omdat het aandeel van de dienstensector in de economie toeneemt en de dienstensector is arbeidsintensief, niet kapitaalintensief, zoals de industrie. Deze redenering geldt dus in het bijzonder die landen waar de economie wordt gedomineerd door de dienstensector. Wereldwijd is het aandeel van diensten in de economie 64% (cijfers uit 2007). Landen die daar ver boven zitten hebben dus een kapitaalextensieve structuur en landen die daaronder zitten zijn kapitaalintensief, alles relatief. Als de redenering van dalende investeringskosten als gevolg van de sectorstructuur zou deugen zou een land als China (dienstensector 40%) dus veel besparingen opnemen en een land als de Verenigde Staten ( diensten 78,6%) juist  veel sparen. Maar statistisch onderzoek wijst uit dat de spaarquote van ontwikkelde landen daalt en die van ontwikkelingslanden stijgt. Dat is ook logisch omdat de dominante ontwikkelingslanden China en India een groot overschot hebben op de lopende rekening en het dominante ontwikkelde land bij uitstek, de Verenigde Staten, juist een groot structureel tekort heeft op de lopende rekening. Je zou kunnen zeggen: de VS leven op de pof en China profiteert daarvan het meest. Anders gezegd: China financiert de door schulden gedomineerde Amerikaanse economie.

Over de toename van de verschillen tussen arm en rijk kunnen we kort zijn. Die verschillen nemen toe maar liggen bij lange na nog niet op het niveau van de zeventiende eeuw toen de rente hoger was. Tussen 1760 en 1860 ligt de rente wereldwijd op 4% plus of min een procentpunt. Pas na 1960 komt er verandering in de rentevoet, die dan omhoog schiet. Waarom dat gebeurde zal ik later toelichten. Hier kunnen we volstaan met de conclusie dat welvaartsverschillen in ieder geval in de geschiedenis geen rol speelden in de hoogte van de rente.

Veilige beleggingen zijn overheidsobligaties dus als de overheid in de wereld zijn schulden gaat aflossen is er onvoldoende aanbod van veilige beleggingsmogelijkheden. Maar in het algemeen worden overheidsschulden niet afgelost. Daar is statistisch geen bewijs voor te vinden. Nederland en Duistland lossen hun overheidsschulden braaf af, maar landen als de VS en Japan, die enorme schulden hebben, breiden hun schulden eerder uit dan dat ze aflossen. Het ontbreken van veilige beleggingsinstrumenten kan niet worden gezien als oorzaak van de lage rente.

Door de opkomst van economieën in Azië neemt wereldwijd het aanbod van besparingen toe. Dat is juist, maar de behoefte aan kapitaal in deze landen is nu juist enorm, omdat ze nog in de industriële ontwikkelingsfase zitten. Nemen we China als voorbeeld. In China is de nationale spaarquote 55% (in Nederland en Duitsland 25 en in de VS 17). Maar daar staat een enorme schuldenpositie tegenover. In 2016 was de totale Chinese schuldenlast 260% van het BBP, waarvan de staatsbedrijven het leeuwendeel voor hun rekening namen. De besparingen in China komen met andere woorden maar mondjesmaat ter beschikking van de internationale kapitaalmarkt maar worden vooral nationaal besteed. En voor zover ze internationaal worden besteed dan toch vooral om de grondstoffenvoorziening en de logistiek ten dienste van de Chinese industrie veilig te stellen.Voordat China zijn grote sprong voorwaarts maakte waren de besparingen gering maar ook de investeringen. De opkomst van China heeft weinig effect gehad op het aanbod van spaargelden in de wereld.

Als alle vijf oorzaken van de rentedaling die genoemd worden zo weinig relevant zijn, waarom daalt de rente dan wél en zal dat blijven voortduren? Om dit te begrijpen moeten we teruggaan naar de oorsprong van het geld en de betekenis ervan. Geld is een ruilmiddel. De rente is de prijs van geld. De prijs wordt bepaald door vraag en aanbod. Wordt er meer geld aangeboden dan dat er vraag naar is dan daalt de rente. Bij een krapte aan geld doet zich het omgekeerde voor. Centrale banken bewaken de geldhoeveelheid. Door grote centrale banken als de Federal Reserve, de ECB, de Bank of England en de Bank of Japan wordt bewust een verruiming van de geldhoeveelheid gerealiseerd teneinde de rente laag te houden. In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw was de ontwikkeling van de rente juist omgekeerd. Door verkrapping van de geldhoeveelheid om de inflatie in te dammen steeg de rente tot boven de 10%. Sindsdien daalt de rente naar een normaal niveau om vervolgens uitzonderlijk laag te worden door ingrijpen van de centrale banken in Europa, Noord-Amerika en Japan.

De rente als prijs voor het geld komt het beste tot uiting bij het aangaan van schulden of het verstrekken van leningen. Een bank zal een lening verstrekken aan een bedrijf of een particulier en wil in ruil voor deze lening rente ontvangen. Rente is dan de beloning voor het afzien van de onmiddellijke beschikbaarheid van geld. Als de lening wordt afgelost wordt niet alleen de hoofdsom afgelost maar vormen de rentebetalingen de kers op de taart, de beloning. Maar als de rente lager is dan de inflatie dan is die kers in feite verschrompeld. Dan krijgt de bank aan koopkracht minder terug dan ze heeft uitgeleend. Dat kan structureel nooit acceptabel zijn. Men ziet dan ook op lange termijn dat de rente een evenwichtsniveau heeft van twee procentpunten boven het inflatiepercentage. Het langdurige gemiddelde inflatiepercentage is 2% en de langdurig gemiddelde rente is 4%. Dat is het verhaal. En daar heeft de structuur van de economie in China, de vergrijzing of de ongelijkheid aan inkomens of vermogens niets mee van doen. De lage rente verdwijnt, net zoals het corona virus. Het is niet meer dan een hype. Gemanipuleerd bovendien door de financiële wereld en de politiek.

Rob de Brouwer, 5 maart 2020

Bij dit artikel heb ik dankbaar gebruik gemaakt van enige columns in de Volkskrant van Heleen Mees.

Geen reactie's

Geef een reactie