Wat de auteurs Bas Werker, Theo Kocken en anderen verkeerd zien.

Wat de auteurs Bas Werker, Theo Kocken en anderen verkeerd zien.

Op 13 oktober 2019 schreef een veertigtal prominente deskundigen en betrokkenen op pensioengebied een open brief aan de Tweede Kamer met als strekking dat de rekensystematiek van het pensioenstelsel ten onrechte de indruk vestigt dat pensioenfondsen over te weinig middelen beschikken om pensioenen waardevast uit te keren en dat door toepassing van deze rekensystematiek zelfs moet worden gekort op de aanspraken en uitkeringen. Deze prominenten (waaronder ikzelf) pleitten voor aanpassing van deze rekensystematiek waardoor meer aansluiting wordt gevonden bij de werkelijkheid, zoals dat ook expliciet mogelijk wordt gemaakt door de Europese Pensioenrichtlijn (IORP II).

De tegenstanders van zo’n aanpassing van de rekensystematiek zaten niet stil. Het gaat om een aantal hoogleraren die veelal door hun betrokkenheid bij de pensioendiscussie via instituten als Netspar fanatieke verdedigers zijn van het huidige model waarin de risicovrije rente bepalend is voor berekening van de balanswaarde van de pensioenverplichtingen van een pensioenfonds. Zij hadden slechts een paar dagen nodig om in een artikel in het Financieel Dagblad hun gal te spuwen over de gewraakte brief. Deze verdedigers van de huidige systematiek maken echter vreselijke fouten in hun gedachtegang.

Al in de eerste zin gaan ze de fout in: “In ons pensioenstelsel wordt collectief gespaard geld verdeeld tussen jongere en oudere generaties via een zogenaamde rekenrente.” Alles wat volgt is eigenlijk op deze zin gebaseerd. Maar het collectief gespaarde geld wordt helemaal niet verdeeld. Het is collectief en onverdeeld. Dat er partijen zijn die het geld graag verdeeld willen zien tussen cohorten van generaties doet niet ter zake. In ons huidige stelsel is het gespaarde geld een collectief fonds. Het wordt ook niet verdeeld. Die verdeling staat nergens in de Pensioenwet en ook niet in de Richtlijn IORP II.

Het pensioenvermogen wordt gespaard vanuit een ambitie, die gebaseerd is op een ingelegde premie die berekend wordt aan de hand van een prudent verwacht rendement, niet op basis van een risicovrije rente. Als het gemiddelde rendement over langere termijn tenminste gelijk is aan het verwachte rendement waarmee de premie werd berekend dan is de nominale uitkering zoals vastgelegd in de ambitie veilig. Bij een hoger rendement dan verwacht kunnen de aanspraken en de uitkeringen worden aangepast aan de prijsontwikkeling. In dat geval spreken we van een waardevast pensioen. Er zijn dus twee voorwaarden. De eerste heeft betrekking op het nominale pensioen zoals in de ambitie tot uitdrukking komt en betreft de noodzaak om gemiddeld over de termijn waarin het pensioen wordt opgebouwd en uitgekeerd een rendement te realiseren dat tenminste gelijk is aan het verwachte rendement waarmee de premie is berekend. De tweede voorwaarde betreft het waardevaste pensioen; dat is alleen mogelijk als er een overrendement wordt gerealiseerd.

In de huidige systematiek is de dekkingsgraad bepalend voor indexatie of korting. Is de dekkingsgraad onvoldoende dan wordt gekort. Zolang jongeren premie betalen met dezelfde ingebouwde rekenrente namelijk het verwachte rendement en zolang het werkelijke rendement gemiddeld over een langere periode daarboven uit stijgt kan er geen sprake van zijn van benadeling van jongeren. Omgekeerd is het waar dat ouderen ernstig worden benadeeld door toepassing van de risicovrije rente bij berekening van de dekkingsgraad. Zij hebben immers premie betaald op basis van verwacht rendement en dat verwachte rendement is ook gerealiseerd maar zij mogen niet profiteren van die gerealiseerde rendementen.

De suggestie als zou het rendement eerst moeten worden gerealiseerd alvorens tot uitkering over te gaan en dat de risicovrije rente dan de ondergrens van dat gerealiseerde rendement zou moeten is gebaseerd op theorieën rond het verschijnsel opties. De Pensioenwet formuleert in art 126 2a een belangrijke voorwaarde: de technische voorzieningen worden berekend op basis van marktwaardering. Met de technische voorzieningen wordt gedoeld op de waarde waarvoor de verplichtingen van een pensioenfonds ten opzichte van deelnemers, voormalige deelnemers en gepensioneerden op de balans moeten worden opgenomen. Het gaat dus om de balanswaardering van toekomstige uitkeringen die zich uitstrekken over een periode van meer dan 60 jaar. De Pensioenwet eist daarvoor een marktwaardering. Maar er is geen markt voor pensioenverplichtingen zoals er wel een markt is voor aandelen en obligaties. Er worden noch op individuele basis noch collectief pensioenverplichtingen gevraagd of aangeboden en er is dus geen prijsvorming zoals dat bij een marktwaardering wel noodzakelijk is. Men heeft daarom aansluiting gezocht bij de optietheorie omdat men van mening is dat een pensioenverplichting gezien kan worden als een optie. In de vorige eeuw hebben ondermeer de Amerikaanse economen Scholes, Black en Merton hierover gepubliceerd en zij komen tot de conclusie dat de prijs van een optie moet worden bepaald op basis van de risicovrije rente. Daarop is het Nederlandse pensioenstelsel ook gebaseerd, overigens als enig pensioenstelsel ter wereld.

De hoogleraren die zich verzetten tegen aanpassing van de rekensystematiek zoals voorgesteld door de “ruim veertig prominenten” beweren dat het indexeren van pensioenaanspraken en -uitkeringen terwijl de dekkingsgraad op basis van de risicovrije rente daarvoor onvoldoende is geld wegtrekt uit het pensioenvermogen waardoor jongeren in de toekomst gekort moeten worden op de pensioenen. Er wordt volgens deze hoogleraren geld uitgedeeld dat nog niet is verdiend. Volgens hen is de risicovrije rente van nu, ook al is die door Centrale Banken gemanipuleerd en bevindt die zich op een niveau van bijna nul, de enige indicatie die we hebben voor het rendement dat in de komende tientallen jaren wordt gemaakt. En als bij die risicovrije rente van nul de dekkingsgraad lager is dan 100 en er wordt niet gekort, dan wordt er geld uitgedeeld dat nog niet is verdiend. Dat gaat dan ten koste van de jongeren.

Deze theorie is erg moeilijk uit te leggen aan gepensioneerden, die een premie hebben betaald die berekend is op basis van een verwacht rendement en waarvan dat verwachte rendement gemiddeld over de jaren ruimschoots is overschreden. Neem het gerealiseerde rendement van 2019: ongeveer 15%. Me dunkt dat hiermee het risicovrije rendement ruim wordt overschreden. Maar het komt niet tot uitkering omdat de risicovrije rente inmiddels verder is gedaald. Niet alleen is realisatie van het overrendement boven de risicovrije rente daarmee betekenisloos geworden, maar bovendien wordt door jongeren aanhoudend te weinig premie betaald, als de risicovrije rente het uitgangspunt zou moeten zijn.

En wat zou er gebeuren als de risicovrije rente plotseling zou stijgen tot zeg 3%? Dan blijkt ineens dat de overrendementen weliswaar kleiner zijn geworden maar nu plotseling wel ruimte bieden voor indexatie. Hoe komt dat? De geleerde dames en heren vertellen ons in het gewraakte stuk, en ik citeer: “Het vermogen van de pensioenfondsen moet bij voorkeur sneller groeien dan de kosten van de aan iedereen beloofde pensioenen. Deze pensioenverplichtingen nemen namelijk niet alleen toe als de rente lager wordt, maar ook als we langer leven.” Totale onzin natuurlijk. Pensioenverplichtingen nemen niet toe als de rente lager wordt. Pensioenverplichtingen worden niet beïnvloed door de stand van de risicovrije rente. Ja, de balanswaarde van pensioenverplichtingen neemt toe, als we een dalende rente gebruiken als discontovoet. Deze bewering is dus een prachtig voorbeeld van een fout tegen de logica, vergelijkbaar met een tautologie in de taal. Hier staat gewoon dat bij een lagere rente de contante waarde van eenzelfde getal in de toekomst daalt. Dat is de definitie van de berekening van een contante waarde. Maar het getal waarmee gerekend wordt, de pensioenverplichtingen, blijven hetzelfde. Het zegt met andere woorden helemaal niets! En inderdaad nemen de pensioenverplichtingen toe als we langer leven maar diezelfde verplichtingen nemen af als we de pensioenleeftijd verhogen. En dat doen we ook braaf!

Het is bijzonder ergerlijk dat hooggeleerde heren en dames zich lenen voor de namaakwetenschap die zich op deze wijze meester heeft gemaakt van ons mooie pensioenstelsel. Iedereen die zich hiertegen keert wordt afgeserveerd als domkop die het niet begrijpt. En in tegenstelling tot de ondertekenaars van de brief aan de Tweede Kamer zijn de auteurs van dit stuk expliciet uit op het creëren van een generatieconflict. Ze vissen dus ook nog in troebel water.

De kern is dat de risicovrije rente in het huidige stelsel nooit zichtbaar maakt dat de verdiensten van het nemen van risico ook zijn bewaarheid. De risicovrije rente verbergt die verdiensten juist in een steeds verder dalende spiraal. Neem het ABP als voorbeeld. Tot 2007 was het verwachte rendement waarmee de premie werd berekend 4%. Daarna daalde het verwachte rendement, met name doordat in 2015 bij het nieuwe FTK een correctie op het verwachte rendement werd toegepast van 2%, waarmee de inflatie werd ingebouwd. Op dit moment is het in de premie ingebouwde verwachte rendement 2,8%. Het werkelijk gehaald rendement is vanaf 1992 7,4% per jaar. Hoezo is er geen beloning gerealiseerd voor het genomen risico?

Nog een citaat uit het artikel van de hooggeleerden: “De gezamenlijke pensioenpot is na indexeren (of niet-korten) iets leger dan dat deze zou zijn bij de eerdere regel met lagere rekenrente. Dit gaat zo jaren door. Tegen de tijd dat de jongeren aan de beurt zijn is de dekkingsgraad door het snellere uitbetalen van geld aan eerdere generaties gepensioneerden, aanzienlijk lager.” Wat een onzin! Alsof de opgebouwde rechten van de jongeren niet ook mee zouden profiteren van de indexatie! Jongeren krijgen precies hetzelfde als gepensioneerden. Hun pensioenaanspraken worden ook verhoogd. En als dat zou leiden tot een toename van de pensioenverplichtingen die zich niet verdraagt met de waarde van de belegde middelen van een pensioenfonds dan komt dat tot uitdrukking in de dekkingsgraad. En dan wordt er gekort, op de aanspraken van jongeren zowel als op de uitkeringen van gepensioneerden. Want ook bij toepassing van het verwachte rendement als discontovoet voor het berekenen van de balanswaarde van de verplichtingen geldt dat dat verwachte rendement de ondergrens is van wat als werkelijk rendement moet worden gerealiseerd. Het eigendom van deelnemers, voormalige deelnemers en gepensioneerden is immers een voorwaardelijk vermogensrecht. Dat recht kan alleen ten volle worden uitgeoefend als aan de voorwaarden is voldaan. En als het verwachte rendement de voorwaarde is dan moet die worden nagekomen. Als dat niet lukt over een langere periode moeten alle rechten en uitkering worden gekort. Een pensioenfonds kan immers niet failliet, dit in tegenstelling tot de aanbieders van opties.

 

Rob de Brouwer

12 mei 2020.

8 Reactie's
  • Peter Rotgans
    Geplaatst op 13:04h, 12 mei Beantwoorden

    In 2007, vóór de crisis, rekenden we uit dat de dekkingsgraad van de pensioenen voldoende was. Toen hielden we al rekening met een voorspeld ouder worden van de deelnemers. Het sinds 2007 behaalde beleggingsresultaat boven de inflatie is meer dan de toen gebruikte rekenrente. Waarom wordt er dan niet geïndexeerd en de indexatie uitgekeerd? Konden de pensioenfondsen en DNB toen niet rekenen? De hele overgang naar een nieuw pensioenstelsel wordt als een soort reclamecampagne ondersteund in de media met stukjes van pensioenexperts van banken om het korten op pensioenen bespreekbaar te krijgen. Het is eigenlijk te gek dat een stel lobbyisten van pensioenverzekeraars ” het beste pensioenstelsel ter wereld ” de nek om weet te draaien door de regering goedkope staatsleningen als worst voor te houden.

  • Bernard Berendsen
    Geplaatst op 14:53h, 12 mei Beantwoorden

    Wat mij zorgen baart en eigenlijk als burger en gepensioneerde woedend maakt is dat “we”niet worden gehoord of beter gewoon worden genegeerd. Het gaat niet om de kracht van argumenten maar om zich achter de hoogleraren verschuilende politici welke de houding van de hoogleraren goed uitkomt. Aan kracht van argumenten hebben we kennelijk niet genoeg. Ze willen ons niet horen. Moeten we de drie miljoen 85 plussers welke goed ijn voor ca 45 Tweede Kamer zetels , niet gaan dienen met een stemadvies. Ik heb ook geschreven naar KBO Brabant om als groep de politieke partijen aan te schrijven en hun standpunt op schrift te zetten aangaande het handhaven van ons bestaande pensioenstelsel en het gedrocht dat pensioenakkoord het de prullenbak in. Het is handig om een stemadvies te geven. Over 10 manden zijn er verkiezingen en het dreigt alweer dat iedereen zijn oude hokje gaat rood kleuren ondank jarenlang bedrogen te zijn.. Dat noemt vrijwillig naar de slachtbank voeren. Misschien is een start voor crowdfunding om strijd te leveren een goed begin voor actie
    .

  • Wim den Boer
    Geplaatst op 15:17h, 12 mei Beantwoorden

    De vermogens vormen een hele grote pot geld, en dat is de reden dat er begerig mee wordt omgegaan. Het beeld dat jongeren worden benadeeld, wordt steeds weer geframed. Zie daarvoor bijvoorbeeld het verkiezingsspotje van de D66 jongeren enkele jaren geleden, en de steeds weer herhalende slogan van Rutte daarover. Schandalig, maar het werkt. in de beeldvorming,. Of de rechtszaken die worden aangespannen door pensioenverlies en pensioenbehoud zullen helpen, weet je pas na jaren. En dan is het momentum van volgend jaar maart al verlopen, Dat weten de regeringspartijen heel goed, en maken dus misbruik van de trage rechtsgang. Bovendien, veronderstel dat het huidige plan juridisch wordt verworpen: veel mensen die al jaren de diefstal / de achterstand hebben meegemaakt, zijn dan al overleden. Solidariteit, het kenmerk van de fondsen, is politiek niet in, moet worden afgebroken, Dit tekent de huichelachtige van de politieke coalitie. Corona vraagt om solidariteit, maar solidair zijn met ouderen is al 12 jaar niet nodig.
    En de coalitie raadpleegt geen voorstanders van het beste stelsel ter wereld, want gaat liever in zee met partijen die er dik aan gaan verdienen. Er wordt onvoldoende kracht ontwikkeld tegen de politiek dominante stroming van marktwerking/verdienmodel/individualisering. Zelfs de vakbonden gaan daarin mee, hebben hun doodvonnis getekend wat VVD en D66 graag zien.s
    .

  • Beer van Huet
    Geplaatst op 05:23h, 13 mei Beantwoorden

    Volkomen juist.
    Het feit, dat DNB sinds 2008 met risicovrije rentes rekent, is nu al 12 jaar niet terecht gebleken.
    De pensioenwetswijziging en het FTK zou de pensioenen duurzamer en toekomstbestendiger maken.. Sindsdien wordt er ieder jaar gedreigd met korten.
    Toch blijft DNB in deze strategie volharden. Dat duidt erop, dat hier meer speelt dan ‘het belang van de deelnemers’.
    De kabinetten Rutte hebben het ‘beste- en rijkste’ pensioenstelsel ter wereld in een paar jaar om zeep geholpen.
    Indien de politiek zich niet met de aanvullende pensioenen had bemoeid, had het ABP tot op heden nog steeds terecht een historische rente van 4% kunnen hanteren en was er geen vuiltje aan de lucht geweest.
    Als we naar de resultaten van de pensioen ingrepen kijken, heeft de overheid flink kunnen besparen ten koste van de deelnemers.
    Verder worden er verschillende rekenrentes gehanteerd bij de berekening van premies (inkomsten) en dekkingsgraad (uitgaven). Wie kan dat uitleggen?
    Het is evident dat hier meer speelt dan het belang van de deelnemers en de overheid uit is op het zich toe eigenen van het vermogen.
    Hetzij direct via DNB rekenrente manipulatie of anders dmv het herstelbeleid de fondsen te dwingen in politieke- en maatschappelijke wenslijstjes.
    Met een veel lager rendement als gevolg.

  • Beer van Huet
    Geplaatst op 05:56h, 13 mei Beantwoorden

    Ik begrijp de hele discussie überhaupt niet.
    Een klein kind kan zien, dat het totale pensioenvermogen de afgelopen 10 jaar meer dan verdubbeld is.
    Het aantal deelnemers en de uitkeringen is niet verdubbeld.
    Iedereen met gezond verstand en logica moet toch inzien dat dit niet kan en niet klopt.
    De pensioenfondsen moeten 2,84% rendement halen om aan alle verplichtingen te voldoen.
    Het ABP heeft de afgelopen 20 jaar een gemiddeld rendement behaald van 7%.
    Pensioenfondsen sparen niet met een huidige rente, maar beleggen gespreid in de verre toekomst.
    Door te beleggingen in aandelen, wordt het hele obligatieverhaal van Knot en Koolmees teniet gedaan. Daarom is het vermogen gegroeid, ook tijdens de lage rente..
    Het wordt tijd, dat we deze basis weer als uitgangspunt gaan zien.
    Sinds 2012 zijn de financiële autoriteiten, waaronder DNB niet meer aansprakelijk te stellen. Knot kan dus ongestraft politiek bedrijven.
    En dat de politieke rentmeesters doorgaans uitgangspunten hanteren, die vrijwel altijd in het nadeel van de bevolking uitvallen, mag geen verassing heten.

  • Tjeerd van der Veen
    Geplaatst op 13:05h, 13 mei Beantwoorden

    Gewoon ingrijpen, oftewel elk volk verdiend zijn gekozen regering, lang leve de partij voor de ouderen die ook niks voorsteld ! Conclusie: geef die 1500 miljard maar aan de doordouwers dan zijn we hiermee klaar, we verliezen deze zaak toch kijk maar naar de media en de politiek !!!!!!!!

  • Jan R. de Jong
    Geplaatst op 15:39h, 13 mei Beantwoorden

    Een duidelijk en helder verhaal, waar geen woord Spaans bij is.

  • Wim
    Geplaatst op 16:44h, 13 mei Beantwoorden

    Goed verhaal met doortimmerde analyse.

Geef een reactie op Tjeerd van der Veen Annuleer reactie