Drie manieren om naar de pensioendiscussie te kijken.

Drie manieren om naar de pensioendiscussie te kijken.

Er zijn drie manieren waarop je naar de pensioendiscussie kunt kijken. Een discussie die al meer dan tien jaar duurt en die met het totstandkomen van een uitgewerkt pensioenakkoord en een zogenoemd “doorontwikkeld” contract een voorlopig einde kent. Voorlopig, omdat er buitengewoon veel kritiek is op deze uitwerking en er bovendien nog talloze open einden zijn.

De econometrische visie

Vóór 2004 was het de Pensioen- en Spaarfondsenwet (PSW, 1952) waarin de beginselen van het aanvullend pensioen in de tweede pijler waren geregeld. Het toezicht daarop was in handen van de Verzekeringskamer. De beginselen waren eenvoudig: het pensioen werd opgebouwd via een premie die 40 jaar werd afgedragen aan een pensioenfonds die het geld belegde en verantwoordelijk was voor de administratie en de uitkeringen. De premie werd door sociale partners vastgesteld op basis van een verwacht rendement maar dat werd aan een maximum gebonden van 4%. Diezelfde 4% werd gebruikt voor het bepalen van de balanswaarde van de aanspraken. Een balans mocht nooit een negatief vermogen tonen, dan moesten de aanspraken worden aangepast (gekort). Het werd verder aan een pensioenfonds overgelaten of en in welke mate de uitkering werden aangepast aan de inflatie (indexatie). Omdat het geambieerde niveau van de uitkering 70% van het laatstgenoten loon was, werden de aanspraken te allen tijde aan de loonontwikkeling aangepast. Bij promoties moest de werkgever extra premie bijstorten. Deze vorm van pensioen heet een “defined benefit” stelsel. Een stelsel waarbij de uiteindelijke uitkering wordt gedefinieerd en waarbij deze uitkering uitgangspunt is van het beleid op het gebied van beleggingen en risico’s. Dit stelsel werd zonder veel wijzigingen voortgezet tot in 2007 een nieuwe Pensioenwet (PW) in werking trad. De belangrijkste verschillen met de aanvangssituatie zijn de overgang van een eindloonregeling naar een middelloonregeling en de terugtredende rol van de werkgevers als sponsor van het pensioenfonds.

In 2004 fuseerden de Verzekeringskamer en De Nederlandsche Bank, waardoor deze laatste belast werd met het toezicht. Toen is begonnen met wetenschappelijk onderzoek naar twee elementen: hoe moet je de vaststelling van het verwachte rendement objectiveren en hoe kun je op een wetenschappelijk verantwoorde wijze de discontovoet van de aanspraken vaststellen. Het wetenschappelijk onderzoek leidde tot een model: PALMNET, ofwel Pension Assets and Liabilities Model Netherlands. Dit model slaat in de derde zin van de eerste alinea al de verkeerde weg in: “We gaan uit van een defined benefit pensioenstelsel gebaseerd op het middelloonsysteem. Nominale verplichtingen zijn gegarandeerd en indexatie wordt nagestreefd”. Nominale verplichtingen zijn echter helemaal niet gegarandeerd, dat blijkt uit het feit dat de dekkingsgraad te allen tijde 100% moest zijn en dat bij mankering daarvan de deelnemers en gepensioneerden een deel van hun aanspraken en uitkeringen moeten inleveren. Bovendien heeft een pensioenfonds niet de middelen om garanties te verstrekken want alle financiële middelen zijn bedoeld voor toekomstige uitkeringen. Pensioenfondsen hebben geen eigen middelen en beleggen niet voor eigen rekening en risico. Want de enige bron zijn de premies en het rendement daarop. Maar de auteurs houden vast aan deze premisse en bouwen daar hun hele model op. Dan ontstaat er een kloof tussen discontovoet die op risicovrije basis moet worden gekozen en het verwachte rendement dat recht doet aan de risico’s die met zakelijke waarden worden genomen. Dat is nog niet een probleem in het begin, als dit model wordt gebruikt voor de nieuwe PW. Maar het wordt een probleem als de rente een duikvlucht neemt en onder invloed van de ECB nu op gemiddeld 0,25% ligt (van -/-0,75% voor korte termijnen tot 2% voor zeer lange termijnen). Op aanbeveling van de Commissie Dijsselbloem wordt de rente voor de zeer lange termijn vanaf 1 januari 2021 zelfs verder verlaagd waardoor de discontovoet naar gemiddeld 0% daalt. Dat betekent niets anders dan dat de premie die moet worden ingelegd gelijk moet zijn aan het uit te keren nominale pensioen, want er wordt geen rendement veronderstelt. Dit is natuurlijk de doodslag voor een kapitaaldekkingsstelsel want een omslagstelsel, waarin niet wordt gespaard maar de actieve deelnemer de uitkeringen rechtstreeks betalen is goedkoper.

DNB wil niet uit deze veronderstelling en de daarmee samenhangende methodiek ontsnappen en houdt zelfs vast aan de risicovrije rente als de uitkering geen garantie zou zijn. Het inboeken van “aanspraken” ziet DNB als vaste toezeggingen en dat is ook de reden dat de enige manier om te ontsnappen aan de risicovrije rente betekent dat afgestapt moet worden van het doen van toezeggingen over aanspraken. DNB eist dus bij een toepassing van een hogere discontovoet een overgang van een “defined benefit” stelsel naar een “defined contribution” stelsel, waarbij de premie wordt gespaard in de vorm van een aan de deelnemer toegekend vermogen dat op pensioendatum wordt omgezet in een uitkering. De hoogte van de uitkering is afhankelijk van de hoogte van het persoonlijke vermogen en dus van de premie die wordt afgedragen en het netto rendement dat daarop wordt gemaakt.

Het stelsel dat DNB als toezichthouder heeft bewerkt is onhoudbaar, maar dat onhoudbare komt door de meetmethode, niet door inherente problemen. Onder de PSW werkte alles volledig naar tevredenheid. Nu zeggen degenen die tot de DNB club behoren dat het probleem is dat ouderen veel te veel risico lopen op daling van de lange rente terwijl hun horizon korter is. Zij dragen als het ware de lasten van de gedaalde lange rente. Maar dat is een constructie. Je kunt er ook voor kiezen de discontovoet gelijk te maken aan het prudent verwachte rendement op basis waarvan de premie wordt berekend. En dan is het huidige stelsel onder de huidige PW perfect houdbaar.

De juridische visie

Pensioenen zijn onderhevig aan Europese Richtlijnen: IORP I en IORP II. Een Europese Richtlijn heeft kracht van wet in de lidstaten. Normaliter worden richtlijnen omgezet in nationale wetgeving. Dat heeft de Nederlandse wetgever ook gedaan als het om de PSW gaat maar in de PW is er bewust van afgeweken. Nergens in de Richtlijn staat vermeld dat de risicovrije rente de juiste discontovoet is (er wordt wel verwezen naar verwacht rendement, naar een mix van aandelen en obligaties of naar overheidsobligaties), nergens staat vermeld dat pensioenen gegarandeerd moeten zijn (er wordt wel verwezen naar een zo groot mogelijke zekerheid), beleggen in derivaten zonder dat de onderliggende waarden in bezit zijn wordt verboden (terwijl DNB renteswaps aanmoedigt als middel tegen de dagelijks fluctuerende risicovrije rente) en zo kan ik nog wel even doorgaan. Op dit moment worden hierover rechtszaken voorbereid. Het is wel duidelijk dat DNB zijn PALMNET model zo belangrijk vindt dat de wet eraan moet worden aangepast.

De politieke visie

De onhoudbaarheid van het stelsel is door de politiek aangegrepen om zaken, die niet met de keuze voor PALMNET hadden te maken in het strijdperk te gooien: een hogere pensioenleeftijd om kosten van de vergrijzing te dekken, flexibilisering van het pensioen om veranderingen op de arbeidsmarkt tegemoet te kunnen treden, afschaffen van de doorsneepremie omdat die nadelig zou zijn voor jongeren, met name als ze later in hun leven zelfstandig worden en het gebruiken van het pensioenvermogen om een uitkering ineens te kunnen doen waarmee dan bijvoorbeeld de hypotheek zou kunnen worden afgelost. De vakbeweging is daar met twee benen ingetrapt en heeft eisen gesteld bijvoorbeeld over de AOW en pensioentoegang voor ZZP’ers en flexwerkers waardoor de Minister vrolijk zaken kon uitruilen en alsnog het PALMNET model in stand kon houden. Op het laatst is dit model toch gesneuveld maar daarmee ook het pensioen op basis van de uitkering. Het wordt nu een premiestelsel, waarbij iedere deelnemer individueel potjes opbouwt die bij pensioen worden omgezet in een levenslange uitkering. Dat komt heel dicht in de richting van producten die verzekeringsmaatschappijen aanbieden en de markt wordt dus rijp gemaakt voor commerciële concurrentie. Dat wordt des te meer duidelijk als straks zal blijken dat het ontworpen stelsel te weinig lijkt op een solidair sociaal stelsel maar veel meer het karakter vertoont van een financieel product. Dan kan Brussel besluiten dat het stelsel moet worden opengesteld voor concurrentie van buiten. En dan hebben de VVD en D66 bereikt dat de verzekeringsmaatschappijen, die een armlastig leven leiden, een nieuw verdienmodel hebben gekregen.

Rob de Brouwer

19 juli 2020

12 Reactie's
  • Hans Veldman
    Geplaatst op 15:42h, 19 juli Beantwoorden

    Een politiek komplot ter benadeling van degenen die betalen en voor wie het allemaal bedoeld is: de 65+der. Een Las Vegas systeem doorgedrukt door een sinister groepje ondergronds werkende geheime en misleide lieden bij Netspar, 2de Kamer, DNB, en tbv van werkgevers en commerciële verzekeraars. De pensioenfondsen werken er aan mee.

  • Willem van Houten
    Geplaatst op 16:30h, 19 juli Beantwoorden

    Ik mag hopen dat we met de rechtzaak iets terug kunnen krijgen van ons steeds meer beperkte en verknalde pensioen.
    Ik hoop dat een ieder die bij een pensioenfonds zit de stichting pensioenbehoud gaat steunen.
    Alleen dam en zijn we sterk

  • Ad Vollebergh
    Geplaatst op 16:31h, 19 juli Beantwoorden

    Beste Rob,
    Een goede beschrijving van de huidige situatie. Ook hier zal weer gelden dat commerciële concurrentie NN iets voor alle producten eenmgoed idee is (denk ook aan openbaar vervoer en pakketbezoeging). Hoe krijgen we de politiek en vakbonden wakker?

  • Wilma Schrover
    Geplaatst op 17:37h, 19 juli Beantwoorden

    Ik de intro is een autocorrectiefout geslopen. Van uitwerking is uitkering gemaakt. Verderop gebeid ipv gebied. Voor het overige: 👍

    • robdebrouwer
      Geplaatst op 11:08h, 26 juli Beantwoorden

      Bedankt Wilma, ik heb het verbeterd.

  • Peter Rotgans
    Geplaatst op 21:04h, 19 juli Beantwoorden

    Was het maar zo onschuldig. DNB heeft mag ook de “zekere beleggingen” bepalen en daar zitten op het moment alleen Nederlandse en Duitse staatsleningen en renteswaps in. In het nieuwe stelsel moet veel meer belegd worden in zekere beleggingen, door het grote volume en het inzicht in wanneer pensioenfondsen nieuwe staatsleningen nodig hebben, kan DNB de prijs daarvan sturen, Ik denk dat ze dat laatst uitgeprobeerd hebben met die lening (investeringspotje) die nergens voor nodig was, maar die afgesloten is met negatieve rente. Binnenkort moet er geld komen voor de energietransitie en ik denk dat die, tegen negatieve rente, uit de pensioenkassen geleend gaat worden. Om de publieke opinie te beïnvloeden is 10 jaar geleden al Netspar opgericht, een propaganda-kanon van DNB samen met de pensioenverzekeraars (partners). Daar komen de hele tijd geluiden uit van dat het slecht gaat met de pensioenfondsen en dat er gekort moet worden en dat het allemaal beter wordt in het nieuwe stelsel. Tuur Elsinga is daar ook lid van de raad van bestuur, onder de bezielende leiding van Wouter Bos. Zolang DNB toezichthouder blijft zullen de pensioenfondsen alleen zeker kunnen beleggen in staatsleningen en renteswaps en kan DNB, wat in deze een belangenverstrengeling heeft, de koers blijven beïnvloeden.

  • Aart Wiersma
    Geplaatst op 22:46h, 19 juli Beantwoorden

    Ik ben het helemaal met deze analyse eens.
    Dan met rendementen over 30 jaar van ongeveer 6 %, inclusief de bankencrisis, maar een rekenrente van nog geen 0.5 / half procent mogen berekenen staat m.i. gelijk aan roof van allen die pensioen opbouwen. Roof van jong en oud.
    Schande aan het zittende kabinet en de regeringspartijen.

  • Theo Spierings
    Geplaatst op 11:48h, 20 juli Beantwoorden

    Goed beschreven en vooral duidelijk waar het schort!Onze pensioenen oftewel uitgesteld loon worden klaargemaakt voor internationale overname met dank aan Brussel. Steeds vaker en grover steelt de Europese Unie geld van onze burgers. Opgericht als handelsunie wordt het een steeds duidelijker machtsapparaat.En onze pensioenen? Niets aan de hand als men de rekenrente maar aanpast aan de realiteit.😡

  • G.m.h.steens
    Geplaatst op 17:45h, 20 juli Beantwoorden

    Dus moet het dit ook geprivatiseerd worden zoals ziekefonds het vroegere volkshuisvesting en inmiddels weten we wat er van die veranderingen terecht is gekomen. Ik heb mijn hoop gevestigd op pensioenverliies. Bv en st pensioenbehoud dat het misschien nog terug gedraaid kan worden.

  • Peter Rotgans
    Geplaatst op 18:00h, 20 juli Beantwoorden

    Over die jongeren, Als je het uit de optiek van een pensioenfonds beschouwt heeft een 21 jarige vorig jaar 1 euro ingelegd en een 66 jarige 1 euro plus de rente over zijn spaarpotje. Die euro van die 21 jarige moet nog 55 jaar tegen een vast rekenpercentage renderen. Als dat aan een bank zou vragen, dan deden die er voor die 21 jarige 1 procent van de verwachtte rente, want 55 jaar vooruitzien is een risico.

  • Henk Daalder
    Geplaatst op 20:53h, 20 juli Beantwoorden

    Het nieuwe pensioenstelsel kent nog steeds verplichte deelname. Dus krijgen commerciële verzekeraars geen kans. Als deelnemers verstandig zijn. Want commercie laat pensioengeld weglekken naar aandeelhouders

    • robdebrouwer
      Geplaatst op 11:12h, 26 juli Beantwoorden

      Dit is een misverstand Henk. Een pensioenfonds kan zijn hele portefeuille overdragen aan een verzekeraar en dat gebeurt ook regelmatig. Daar heeft de grote of kleine verplichtstelling niet veel mee te maken.

Geef een reactie