Waarom dreigt er een enorme onteigening?

Waarom dreigt er een enorme onteigening?

Een van de gevolgen van de invoering van een nieuw pensioenstelsel is de volledige overgang van alle deelnemers en gepensioneerden van het oude naar het nieuwe stelsel. Men noemt dit met een gevoel voor romantiek “invaren” maar het heeft niets romantisch. Het betekent dat de aanspraken die over de jaren zijn opgebouwd moeten worden omgerekend naar de bijbehorende financiële middelen op individueel niveau. In gewone mensentaal: het vermogen van een pensioenfonds moet worden verdeeld over de individuele deelnemers en gepensioneerden. Want in het nieuwe stelsel heb je geen aanspraken meer. Je krijgt een persoonlijke pensioenrekening waarop de ingelegde premie en het rendement daarop worden bijgeschreven. En daaruit wordt vervolgens het pensioen betaald. De overgang van een kapitaaldekkingsstelsel naar een beschikbare premiestelsel in een notendop.

De standaardmethode die voor het invaren door het kabinet wordt aangereikt is gebaseerd op het financiële toetsingskader (ftk). De Minister geeft nog een alternatief, de vba-methode, maar die is zo ingewikkeld dat het onwaarschijnlijk is dat veel pensioenfondsen er gebruik van zullen maken.

Bij de standaardmethode wordt het totaal aan belegde middelen van een pensioenfonds verdeeld over deelnemers en gepensioneerden naar rato van de contante waarde van hun individuele aanspraken. Voor de berekening wordt gebruik gemaakt van de rentetermijnstructuur (rts). De rts is ontwikkeling van de rekenrente door de tijd. Het is een tamelijk vlak verlopende curve die voor looptijden tot tien jaar negatief is en vervolgens licht positief verloopt met een zeer geringe stijging over de tijd. Op het moment van schrijven is het gemiddelde van de curve, de gemiddelde rts 0,17%. Dat wil zeggen dat de waarde van de aanspraken die pas over 60 tot 70 jaar tot uitkering zullen leiden in de balans van vandaag nagenoeg hetzelfde is. Die zeer lage rts was er niet altijd. Vóór 2007 konden pensioenfondsen hun eigen rekenrente bepalen mits deze onder het maximum van 4% bleef. Bij invoering van de nieuwe Pensioenwet in 2007 werd de rts geïntroduceerd als verplichte rekenrente en verviel dit maximum. Daardoor werd in het eerste jaar zelfs de 5% aangetikt. Maar sinds de kredietcrisis en het ingrijpen van de Centrale Banken is de rts geleidelijk gedaald tot bijna nul en zelfs tot minder dan nul voor leningen korter dan tien jaar.

Wat is nu het effect van deze sterk gedaalde rts op de uitkomst van de waardering van de aanspraken en de vertaling naar het persoonlijke vermogen in het nieuwe stelsel? Ik gebruik de gepubliceerde jaarverslagen van de Stichting Pensioenfonds Hoogovens om dit duidelijk te maken. Ik kijk daarbij alleen naar deelnemers en gepensioneerden en laat gewezen deelnemers (slapers) buiten beschouwing.

 

  2005, aantallen 2005,  mln €* 2019, aantallen 2019, mln €*
deelnemers 11.512 (42%) 1.516 (41%) 9.832 (40%) 4.186 (52%)
Gepensioneerden 15.420 (58%) 2.156 (59%) 14.730 (60%) 3.792 (48%)
Totaal 26.932 (100%) 3.672 (100%) 24.662 (100%) 7.978 (100%)

*Dit zijn de waarden zoals vermeld in de balans, contant gemaakt tegen de discontovoet van dat moment.

 

Uit bovenstaande tabel blijkt duidelijk wat de effecten zijn van de geleidelijke rentedaling sinds 2007. Hoewel het aantal actieve deelnemers als percentage van het totaal licht is gedaald van 42% naar 40% en hoewel met zekerheid gezegd kan worden dat de opgebouwde rechten van deze actieve deelnemers lager zullen zijn dan die van de gepensioneerden, is het aandeel dat in de balans toegewezen wordt aan de actieve deelnemers gestegen van 41% naar 52%.

Als in de periode 2005 tot en met 2019 de rekenrente gelijk zou zijn gebleven (3,7%) dan zou in de balans van 2019 bij benadering 60% van het totaal aan belegde middelen zijn toegewezen aan de gepensioneerden. Dat zou een bedrag van € 4.787 miljoen zijn terwijl als gevolg van de gedaalde rente dit bedrag nog maar krap € 3.800 miljoen is. De gezamenlijk groep gepensioneerden heeft door de gedaalde rente een bedrag van € 987 miljoen of 21% moeten overdragen aan de groep actieve deelnemers.

In deze vergelijking hanteren we de officiële discontovoet zowel in 2005 (3,7%) als in 2019 (rts, gemiddeld 0,7%). Maar het is natuurlijk veel eerlijker en rechtvaardiger als gerekend wordt met het rendement op de premie-inleg. In een vraag daarover aan Minister Wouter Koolmees antwoordt hij dat zo’n berekening niet zinvol, niet wenselijk en niet uitvoerbaar is. Hij legt een driedubbele barricade voor de meest logische, meest eerlijke en meest rechtvaardige toedeling. Omdat de werkelijke rendementen veel hoger zijn geweest dan de rts, zou een berekening op basis van werkelijke rendementen een hogere toerekening aan gepensioneerden opleveren dan een berekening op basis van 3,7% zoals hierboven werd uitgevoerd.

De nominale verplichtingen voor gepensioneerden bij het Pensioenfonds Hoogovens bedragen in 2019 € 3.952 miljoen. Op basis van de huidige rts zou aan de gepensioneerden € 3.792 miljoen worden toegewezen, minder dan nodig om aan alle nominale verplichtingen te voldoen. Gepensioneerden zijn bij het Pensioenfonds Hoogovens cumulatief 20% indexatie misgelopen. Dat betekent dat een eenmalige inhaalindexatie zou leiden tot een verhoging van deze verplichtingen tot € 4.742 miljoen. Het is zonneklaar dat de toewijzing volgens de standaardmethode een gehele of gedeeltelijke inhaalindexatie onmogelijk maken. Het projectierendement in de uitkeringsfase, ook wel beschermingsrendement genoemd, schat ik op niet meer dan 1%, dus daar zal de indexatie ook niet van komen, hoogstens argumenten om niet vanaf het begin te gaan korten. Hanteren we echter een rekenrente van 3,7% dan krijgen de gepensioneerden € 4.787 miljoen toegewezen en zou tot volledige inhaalindexatie kunnen worden overgegaan. En dan is er ook ruimte voor gedeeltelijke indexatie, als we nog steeds het magere beschermingsrendement als gerealiseerd rendement gebruiken.

Zo zie je hoe belangrijk het is om bij de verdeling van de vermogens van pensioenfondsen eerlijke uitgangspunten te hanteren en de beslissing niet te laten afhangen van de gebeurtenissen in de financieel gezien unieke periode 2008 tot heden. Als de rts van nu zou worden gebruikt om de vermogens te verdelen dan worden de gepensioneerden ernstig onderbedeeld maar wat problematischer is: het zal blijken dat deelnemers die hun pensioen nog opbouwen ernstig worden overbedeeld. Want op basis van de rts zouden actieve deelnemers € 4.186 miljoen krijgen toegewezen. Om aan de nominale verplichtingen te voldoen moet het fonds voor hen een rendement maken van 0,7% en bij een indexatie van 2% is slechts een rendement nodig van 2,7%. Omdat het projectierendement voor actieve deelnemers wordt vastgesteld op basis van een beleggingsmix met een relatief hoog aandeel zakelijke waarden zal het gemiddeld rendement aanzienlijk hoger liggen dan 2,7%. Zelfs de toch bepaald niet optimistische Commissie Dijsselbloem komt bij een mix van 60% aandelen, 20% onroerend goed en 20% vastrentende waarden tot een verwacht rendement voor de komende vijf jaar van 4,2%.

Samengevat: het nieuwe stelsel biedt de gepensioneerden bij het invaren volgens de standaardmethode niet meer dan een nominaal pensioen, geen uitzicht op indexatie en zeker geen inhaalindexatie. Voor actieve deelnemers, vooral voor de jongeren, biedt het nieuwe stelsel een nagenoeg zeker uitzicht op een volledig geïndexeerd pensioen. Dat kan nooit het resultaat zijn van een evenwichtige belangenafweging. Sterker nog: het is recht-toe-recht-aan een ernstige vorm van leeftijdsdiscriminatie.

Als de afgelopen jaren de discussie ging over de wenselijkheid om te werken met een hogere rekenrente hoorden we steeds weer van de zijde van de bewindslieden dat het geld eerst moest worden verdiend voordat het kan worden uitgegeven. Welnu, het geld voor de uitkeringen van gepensioneerden is verdiend. Ruim zelfs. De toekenning van het aan gepensioneerden toebehorend vermogen moet daarvan het bewijs zijn. Gaat dat niet gebeuren, en alles wijst erop dat de standaardmethode wordt opgelegd voor de invaarberekeningen, dan gaat de grootste naoorlogse onteigening in Nederland plaatsvinden.

 

Rob de Brouwer

22 augustus 2020, aangepast 2 september 2020

 

14 Reactie's
  • A. de Gruijter
    Geplaatst op 12:05h, 22 augustus Beantwoorden

    Zoals altijd duidelijk en recht voor zijn raap Rob!
    Ik ben ook bang dat de onrechtvaardige behandeling van gepensioneerden over de laatste 13 jaar wordt voortgezet tijdens het “invaren”.
    Ik heb voor de Tweede Kamer gestaan met een bord: “Invaren= gepensioneerden het schip in!”.
    Inmiddels ook alle Tweede Kamer Fracties een overzicht gestuurd van tot nu toe geleden verliezen, de groei van het totale pensioenvermogen in de afgelopen 13 jaar en in de toekomst

  • Simon Wijnnobel
    Geplaatst op 12:45h, 22 augustus Beantwoorden

    En ook de actieve deelnemers/ jongeren zullen ten tijde van hun pensionering worden gekort omdat dan de belangen van de dan werkenden voorrang krijgen evenals het te verwachten eeuwenoude financieringsprobleem van de rijks- of Europese overheid

  • Frans Dijkstra
    Geplaatst op 13:10h, 22 augustus Beantwoorden

    Zou het niet het beste zijn om alle pensioenkapitaal onder te brengen in één nationaal fonds waar in het vervolg alle premies in worden gestort en de pensioenen uit worden betaald.? Ook de aow kan hierin worden opgenomen. Tegenover deze onteigening zou moeten staan dat de overheid uitbetaling en indexering van de pensioenen en aow garandeert. Het lijkt me voor iedereen een winwin oplossing.

    • robdebrouwer
      Geplaatst op 17:51h, 22 augustus Beantwoorden

      Het huidige stelsel kan een eenvoudig worden omgezet in een omslagstelsel. Maar ik zou het niet aan de overheid toevertrouwen. Ik ben als ambtenaar werkzaam geweest en mij werd toen gezegd dat ik een door de Staat gegarandeerd welvaartsvast pensioen zou krijgen. Dat is met de privatisering van het ABP en met de nieuwe Pensioenwet volkomen weggevaagd. De overheid is inherent onbetrouwbaar. Kijk naar de Belastingdienst of naar de ellende van de Groningers.

  • Wim Donders
    Geplaatst op 13:14h, 22 augustus Beantwoorden

    Ook de jongeren gaan hier niet beter van worden. Wie de Hoofdlijnennotitie van Koolmees goed gelezen heeft, weet wel waar hij naar toe wil.
    Het overrendement uit het verleden, wat een geïndexeerd pensioen voor de huidige gepensioneerden zou rechtvaardigen, gaat doorgeschoven worden naar de toekomst.
    Maar niet om de jongeren een geïndexeerd pensioen te bezorgen, maar om de premie voor overheid en werkgevers laag te houden.
    Kijk maar naar het staatje in de HLN, ik meen even uit het hoofd op blz 28, waar de premie gerelateerd wordt aan het mediaan reële rendement.
    We moeten gezamelijk, jong en oud, massaal in opstand komen tegen deze plannen.
    Wij zijn misleid en verraden door de politiek en onze eigen vakbondsleiders !!!

  • M.M. van Zwam
    Geplaatst op 13:29h, 22 augustus Beantwoorden

    Ik vind het al jaren een duidelijk gemis , nl velen o.a. gepensioneerden zijn ontevreden t.a.v. hun al jaren uitgekeerde pensioen , deze ontevredenheid kan ik begrijpen , eigenlijk al vanaf circa 2008 ! men ervaart dat als een vorm van bestolen te worden , maar dan wel op een inteligente manier ! Al circa 12 jaar hebben de gepensioneerden de mogelijkheid om collectief ;en in solidariteit dit onrecht niet meer te pikken , actie’s [ bv de boeren etc.etc. .] blijven achterwege , op straat gebeurt er niets , juist dat is de mogelijkheid om e.e.a aan de order te stellen , maar nog belangrijker het ook vol te houden ! Vorig jaar werd er via dit medium een start gemaakt , harde acties op straat , niet 1-2-3 dagen nee desnoods 6 maanden vol houden , Maar helaas werd dat op het laatste moment afgeblazen ! een stommiteit van de eerste order !! Helaas .

    • robdebrouwer
      Geplaatst op 17:48h, 22 augustus Beantwoorden

      Actie is noodzakelijk maar is tot nu toe niet succesvol gebleken.Dat ligt niet aan het gebrek aan initiatieven. Die zijn er wel: een petitie werd ondertekend door 30.000 mensen en aangeboden aan de Minister, 60 economen en deskundigen schreven een brandbrief aan de Tweede Kamer, de Stichting Pensioenbehoud en KBOBrabant ondernemen juridische stappen, de Vereniging Pensioenverlies probeert geld dat door de overheid bij het ABP is weggenomen terug te krijgen en inderdaad er ws een initiatief om met bussen naar Den Haag te gaan. Waarom dat op het laatste moment werd afgeblazen? Omdat maar enkele tientallen mensen bereid waren in de bussen plaats te nemen. Afblazen was geen blunder, het kon niet anders. Men is niet uit zijn luie stoel te krijgen. En men stemt te weinig op politieke partijen die de belangen van ouderen behartigen en opkomen voor handhaven van het uitstekende pensioenstelsel met aanpassing van de rekenrente.

  • Margreet Westerbeek
    Geplaatst op 15:26h, 22 augustus Beantwoorden

    Dank weer Rob de Brouwer voor het geven van inzicht in deze voor mij en velen complexe materie en de inhoudelijke ontrafeling van de permanente leugenstroom vanuit Koolmees/DNB/overheid. Met zijn allen moeten we de bestuurders van onze pensioenfondsen aanschrijven op hun verantwoordelijkheid in dezen…en daarnaast weet op wie u stemt in maart 2021!!

  • Tiny tulner
    Geplaatst op 17:30h, 22 augustus Beantwoorden

    Ik wil niet in gevaren worden!!

  • Aart Wiersma
    Geplaatst op 19:57h, 22 augustus Beantwoorden

    Helder en m.i. zeer to the point.
    Chapeau Rob.

  • wilfried van lunsen
    Geplaatst op 21:37h, 22 augustus Beantwoorden

    We hadden beter aan het einde van de maand onze pensioenpremie, zelf kunnen vergokken, hadden we het zelf in de hand gehad. Nu gaan anderen voor ons gokken op de beurs voor deze heren is dat spelen met gratis geld , dus reken maar dat is zeer risicovol.

    • A. Osterop
      Geplaatst op 15:49h, 18 december Beantwoorden

      Het probleem is niet dat er onvoldoende rendement wordt gemaakt op de beurs. Zie de jaarverslagen van je fonds. Onze vermogenbeheerders moet je dan ook niet beschuldigen van het vergokken van ons vermogen! Het probleem is de door de ECB kunstmatig laag gehouden rekenrente. Deze ipv de échte rendementen worden gebruikt voor het berekenen van het vermogen wat nu nodig is om toekomstige verplichtingen te kunnen betalen. Als je moet rekenen met zo’n laag percentage krijg je dus nooit genoeg vermogen bij elkaar en moet er evt zelfs gekort worden zodat de toekomstige verplichtingen dalen.

      • Frans Nijhof
        Geplaatst op 11:27h, 06 januari Beantwoorden

        De fictieve aan pensioenfondsen verplicht opgelegde rekenrente (thans: 0,00%) is de boosdoener. Het jaarlijkse beleggingsresultaat + premie inleg is ruim voldoende om de pensioenuitkeringen van dat jaar te dekken. Vermogen + premie inleg is ruim voldoende om alle hedendaagse en toekomstige verplichtingen te betalen. Met de vermaledijde rekenrente rekenen wij ons ten onrechte arm.

Geef een reactie