DE NIEUWE WET TOEKOMST PENSIOENEN IS GEBASEERD OP FOUTIEVE REDENERINGEN

DE NIEUWE WET TOEKOMST PENSIOENEN IS GEBASEERD OP FOUTIEVE REDENERINGEN

In 2018 kwam het tweede Pensioenakkoord tot stand. Het eerste was vier jaar eerder gesneuveld omdat binnen de FNV onoverbrugbare weerstand tegen dit akkoord bestond, gesymboliseerd door de actiekreet “casinopensioen”. Het tweede Pensioenakkoord sneuvelde ook. Niet door tegenstand vanuit de sociale partners en ook niet door politieke weerstand. Het sneuvelde omdat de President van De Nederlandsche Bank in een brief aan Minister Wouter Koolmees liet weten dat de afspraken in het tweede Pensioenakkoord niet in lijn waren met zijn visie op de te hanteren rekenrente. In het Pensioenakkoord werden de zekerheden die in de Pensioenwet nog werden gehanteerd opgegeven. In ruil daarvoor zou dan een hogere rekenrente kunnen worden toegepast waardoor de problemen met het stelsel konden worden opgelost. Het belangrijkste probleem was immers het achterblijven van indexatie en door een hogere rekenrente zou de dekkingsgraad van pensioenfondsen kunnen stijgen waardoor indexatie weer in zicht zou komen.

De belangrijkste passage in de brief van Klaas Knot aan Wouter Koolmees was deze:

“Het waarderen van een pensioenuitkering kan op twee manieren: het verwachte rendement wordt wel of niet meegenomen in zowel de verwachte pensioenuitkering als ook de disconteringsvoet Bij een consistente toepassing (gebruik verwacht rendement in zowel de teller als noemer of gebruik RTS in zowel teller als noemer) leiden beide keuzes tot dezelfde waarde, en deze is gelijk aan de marktwaarde”.

Wat staat hier in gewone mensentaal? Wij waarderen een pensioenuitkering. Dat wil zeggen wij bepalen de waarde van een pensioenuitkering. Omdat pensioenuitkeringen in de toekomst liggen en wij willen waarderen in het heden hebben we daarvoor een discontovoet nodig. Met de discontovoet maken we de toekomstige waarde contant in het heden. Het is het antwoord op de vraag: hoeveel geld heb ik nu nodig om in de toekomst een uitkering te doen? Bij een discontovoet van bijvoorbeeld 7% is de waarde van een uitkering van € 1.000 over tien jaar nu € 500 waard. Want als je die € 500 belegt met een rendement van 7% heb je na tien jaar precies € 1.000.

In een wiskundige formule::

                    

Waarbij V de werkelijke waarde van de verplichtingen is, dus de optelsom van de jaarlijkse verplichtingen, r de discontovoet en t het aantal jaren dat de betreffende verplichting is verwijderd van het heden.

Klaas Knot zegt, vertaald in gewone mensentaal, als je kiest voor een bepaalde discontovoet, moet je dat consistent doen. Dat wil zeggen zowel voor de teller als voor de noemer.

Over de keuze van de discontovoet merkt Klaas Knot op:  “Het waarderen van een pensioenuitkering kan op twee manieren: het verwachte rendement wordt wel of niet meegenomen in zowel de verwachte pensioenuitkering als ook de disconteringsvoet”. Ik denk dat hij bedoelt: je mag de nominale verplichtingen alleen maar waarderen tegen de RTS (de rentetermijnstructuur, ofwel de risicovrije rente). Als je het verwachte rendement gebruikt moet je de reële verplichtingen gebruiken, dat wil zeggen de nominale verplichtingen opgehoogd met de indexatie op basis van de verwachte inflatie. En de uitkomst is dan gelijk. Dus het maakt niet uit welke keuze je maakt, de uitkomst bij toepassing van het verwacht rendement is gelijk aan de uitkomst bij toepassing van de risicovrije rente. Nog anders gezegd: de nominale dekkingsgraad is altijd gelijk aan de reële dekkingsgraad. Dat is natuurlijk onzin! In het jaarverslag over 2020 rapporteert bijvoorbeeld het Pensioenfonds Hoogovens een actuele dekkingsgraad van 108,8 en een reële dekkingsgraad van 83,7.

De bewering van Klaas Knot klopt dus niet.

Een pensioenfonds geeft in ruil voor de afdracht van premies aanspraken af voor een nominale, niet aan de inflatie aangepaste, uitkering. De inflatiecompensatie, indexatie genoemd, moet verdiend worden uit het overrendement. Wordt er geen overrendement gemaakt dan is er ook geen ruimte voor indexatie. Maar de premie is wel berekend op basis van een verwacht rendement. Als dit verwachte rendement wordt gehaald, dan is de nominale uitkering, zonder indexatie, verzekerd. Overrendement is dan het rendement dat boven het in de premie toegepaste verwachte rendement uitgaat. Aangezien de premie niet wordt berekend op basis van de RTS of de risicovrije rente, is deze laatste dus ongeschikt als discontovoet, los van de vraag of je uitgaat van de nominale of de reële uitkering.

Wat je in de toekomst nodig hebt om aan je verplichtingen te voldoen, is stabiel en volkomen helder. Daartegenover staat de vraag of er voldoende in kas is om aan die verplichtingen te voldoen. De uitdrukking “voldoende in kas” heeft betrekking op het vermogen, de belegde middelen. De waarde daarvan schommelt dagelijks en kan zelfs aan hevige schommelingen onderhevig zijn. In de opvatting van auteurs die het beleid van De Nederlandsche Bank verdedigen schommelen de verplichtingen echter ook voortdurend, omdat zij de dagelijks veranderende risicovrije rente gebruiken als discontovoet. Ik citeer Prof. Bas Werker en anderen in hun reactie op de brief van meer dan veertig prominente wetenschappers en bestuurders aan de Tweede Kamer, waarin zij pleiten voor aanpassing van de discontovoet: “Het vermogen van de pensioenfondsen moet bij voorkeur sneller groeien dan de kosten van de aan iedereen beloofde pensioenen. Deze pensioenverplichtingen nemen namelijk niet alleen toe als de rente lager wordt, maar ook als we langer leven.” Opnieuw een volkomen onjuiste voorstelling van zaken, die ik al eerder aan de kaak stelde[1]. De pensioenverplichtingen nemen niet toe als de rente lager wordt. De pensioenverplichtingen zijn wat ze zijn. De balanswaarde van de pensioenverplichtingen verandert als de discontovoet verandert en als je een discontovoet kiest die dagelijks verandert en ook nog door de Europese Centrale Bank omlaag wordt gemanipuleerd, dan creëer je zelf een dagelijks schommelde balanswaarde van de pensioenverplichtingen. De waarde daarvan is een indicatie van de renteschommelingen niet van de verplichtingen zelf. Overigens: ook de bewering dat de verplichtingen toenemen als we langer leven moet als onzin terzijde worden geschoven. Weten deze auteurs dan niet dat periodiek de pensioenleeftijd wordt aangepast aan de levensverwachting?

Wat had Klaas Knot dan moeten schrijven aan Minister Koolmees toen het tweede Pensioenakkoord tot stand kwam in 2018? Ik zou het zo hebben opgeschreven:

Het waarderen van een pensioenuitkering kan maar op een manier: het verwachte rendement na aftrek van de inflatieverwachting, zoals gerapporteerd door de Commissie Parameters, is de enig juiste discontovoet. Dat wil zeggen dat de juiste disconteringsvoet voor zowel de nominale als de reële verplichtingen hetzelfde rendementspercentage is als wordt toegepast in de berekening van de premie.

Als de President van De Nederlandsche Bank zich zo had opgesteld dan was al jaren geleden een nieuwe Pensioenwet tot stand gekomen op basis van het tweede Pensioenakkoord van 2018. Dan was er ook geen noodzaak geweest over te stappen op een premieregeling en had de bestaande uitkeringsregeling kunnen blijven bestaan. De conclusie is dramatisch: de nieuwe Wet Toekomst Pensioenen is gebaseerd op foutieve redeneringen van de President van De Nederlandsche Bank en in diens kielzog enige hoogleraren. Velen hebben geprobeerd aan te tonen dat het anders moest. Daar is niet naar geluisterd. Opnieuw sorteren wij voor naar een toekomstig debat in de Tweede Kamer waarin bewindslieden excuus moeten gaan maken voor de verkeerde keuzes die zij hebben gemaakt. Dat moment zal er voor de Wet Toekomst Pensioenen in de toekomst zeker komen, maar in de tussentijd is een hele generatie gepensioneerden overleden zonder ooit te hebben gekregen waarop zij recht hebben: een waardevast pensioen als de overrendementen dat toelieten.

Rob de Brouwer 11 april 2022

 

 

[1] Zie mijn artikel op www.pensioenfeiten.nl WAT DE AUTEURS BAS WERKER, THEO KOCKEN EN ANDEREN VERKEERD ZIEN.
2 Reactie's
  • Dominic Meijer
    Geplaatst op 07:33h, 12 april Beantwoorden

    Ik vind dit een goed artikel,en hoop dat de tweekamer er iets mee doet!!!
    En anders een uitspraak van de rechter!!!

  • Annelies smetsers
    Geplaatst op 12:09h, 12 april Beantwoorden

    Wat jammer dat er zo slecht gezorgd wordt voor de grote groep mensen die dit pensioen zouden moeten ontvangen
    De aantal jaren dat ze nu achter blijven met hun pensioen begint dramatisch te worden
    En het vertrouwen neemt met de dag af

Geef een reactie